Archief 745
Inventaris 745-301
Pagina 320
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief of rapportage.

21 October (waarschijnlijk 1939, gezien de verwijzingen naar een brief uit 1938 en vergaderingen "jl." / jongstleden). Van: Waarschijnlijk de Inspecteur van het Marktwezen (gezien de inhoud en de verwijzing naar zijn rapport).

Origineel

Getypte ambtelijke brief of rapportage. 21 October (waarschijnlijk 1939, gezien de verwijzingen naar een brief uit 1938 en vergaderingen "jl." / jongstleden). Waarschijnlijk de Inspecteur van het Marktwezen (gezien de inhoud en de verwijzing naar zijn rapport). 1 21 October 9.
85/78/8 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

verhuren aan kooplieden, die nog niet regelmatig op de markt
kwamen en dus nog niet tot de klanten van een hunner behooren
(vide hieronder omtrent de afspraak der kranenverhuurders
inzake het niet afnemen van elkanders klanten). Ook adressant
kan dus de "loting" bijwonen. Deze klacht mist derhalve elken
grond, althans voor zoo ver Marktwezen betreft.
Ad b. Het aanschaffen van eigen materiaal op de
markten staat in principe den kooplieden vrij. In mijn rapport
d.d. 18 April jl. (No.85/47/3 M.) berichtte ik U evenwel,
dat de verkoop van kramen soms wordt misbruikt, als een mid-
del om het "kramengeld", de dezerzijds te heffen belasting op
verhuurde kramen, te ontduiken. Adressant is juist een der-
genen, die zich daaraan hebben schuldig gemaakt, niet alleen
tot ontduiking van het "kramengeld" maar ook van de aanvanke-
lijk ook door hen gemaakte afspraak tusschen de kramenzetters
onderling, om elkander geen klanten af te nemen. Immers de-
gene, die van adressant een kraan "kocht", ging deze tegen
betaling stallen in de loods van adressant en de verkoop van
de kraan was slechts een voorwendsel om de stallingshuur te
kunnen ontvangen (vermeerderd veelal met de afbetaling voor
de in huurkoop gekochte kraan).
Teneinde aan deze practijken paal en perk te stellen
heeft U goedgevonden, dat ik een aanvulling van het Reglement
op de Markten aan de orde stelde in de Commissie van Advies
voor de Markten, die de behandeling van deze aangelegenheid
nog niet heeft voltooid (vide de notulen der 27ste vergadering
van de Commissie d.d. 17 Juli jl.).
Intusschen hebben de organisaties van kramenverhuur-
ders en marktkooplieden samen een regeling getroffen, die ten
deze nuttig kan werken. De bedoelde organisaties kwamen over-
een, dat de vrijheid der marktkooplieden om eigen materiaal
aan te schaffen in principe gehandhaafd blijft. Ingesteld
wordt een sub-commissie uit de "Commissie van geschillen"
bedoeld in Uw brief d.d. 26 October 1938 (No.769 L.M.1937),
welke sub-commissie bestaat uit den voorzitter der "Commissie
van geschillen" (de inspecteur van het Marktwezen) een ver-
tegenwoordiger der marktkooplieden-organisaties en een ver- * Kernprobleem: Het document beschrijft een vorm van fraude waarbij de verkoop van marktkramen werd gefingeerd. In werkelijkheid bleven de kramen in beheer bij de verkoper (via stalling en huurkoop), enkel om de gemeentelijke belasting op verhuurde kramen ("kramengeld") te ontduiken.
* Kartelvorming: Er wordt melding gemaakt van een onderlinge afspraak tussen kramenverhuurders (een kartel) om elkaars klanten niet af te pakken. De geschetste constructie hielp ook om deze afspraak te omzeilen.
* Bestuurlijke reactie: De overheid probeert dit op twee manieren aan te pakken:
1. Juridisch: Via een wijziging in het 'Reglement op de Markten'.
2. Organisatorisch: Door zelfregulering aan te moedigen via een sub-commissie bestaande uit de overheid (Inspecteur Marktwezen) en vertegenwoordigers uit de sector.
* Terminologie: Termen als "adressant" (de klager), "loting" (toewijzing van marktplaatsen) en "stallingshuur" geven een goed beeld van de marktorganisatie in die tijd. Dit document stamt uit de late jaren '30 in Amsterdam. In deze periode waren de markten van cruciaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De afdeling 'Marktwezen' hield streng toezicht op de orde en de belastinginkomsten.

Het document illustreert de voortdurende strijd tussen de overheid, die probeert inkomsten te genereren en de markt te reguleren, en ondernemers die mazen in de wet zoeken. Het is interessant dat er gezocht wordt naar een poldermodel-oplossing: een geschillencommissie waarin zowel de inspecteur als de organisaties van kooplieden en verhuurders zitting hebben. De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op het grote politieke belang van de marktsector voor de betaalbaarheid en beschikbaarheid van voedsel voor de Amsterdamse bevolking kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

  • Kernprobleem: Het document beschrijft een vorm van fraude waarbij de verkoop van marktkramen werd gefingeerd. In werkelijkheid bleven de kramen in beheer bij de verkoper (via stalling en huurkoop), enkel om de gemeentelijke belasting op verhuurde kramen ("kramengeld") te ontduiken.
  • Kartelvorming: Er wordt melding gemaakt van een onderlinge afspraak tussen kramenverhuurders (een kartel) om elkaars klanten niet af te pakken. De geschetste constructie hielp ook om deze afspraak te omzeilen.
  • Bestuurlijke reactie: De overheid probeert dit op twee manieren aan te pakken:
    1. Juridisch: Via een wijziging in het 'Reglement op de Markten'.
    2. Organisatorisch: Door zelfregulering aan te moedigen via een sub-commissie bestaande uit de overheid (Inspecteur Marktwezen) en vertegenwoordigers uit de sector.
  • Terminologie: Termen als "adressant" (de klager), "loting" (toewijzing van marktplaatsen) en "stallingshuur" geven een goed beeld van de marktorganisatie in die tijd.

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren '30 in Amsterdam. In deze periode waren de markten van cruciaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De afdeling 'Marktwezen' hield streng toezicht op de orde en de belastinginkomsten.

Het document illustreert de voortdurende strijd tussen de overheid, die probeert inkomsten te genereren en de markt te reguleren, en ondernemers die mazen in de wet zoeken. Het is interessant dat er gezocht wordt naar een poldermodel-oplossing: een geschillencommissie waarin zowel de inspecteur als de organisaties van kooplieden en verhuurders zitting hebben. De verwijzing naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op het grote politieke belang van de marktsector voor de betaalbaarheid en beschikbaarheid van voedsel voor de Amsterdamse bevolking kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6