Officieel rapport / ambtsbericht.
Origineel
Officieel rapport / ambtsbericht. 21 oktober 1939 (datum rapport), afgehandeld t/m 24 oktober 1939. [Stempel linksboven:]
No 213/155/1 M. 1939 23/10
[Titel:]
R A P P O R T
[Handgeschreven notitie rechtsboven:]
Vragenlijst stempelen en doorzenden naar Den Haag. Accoord 23/10 39 [Handtekening/Paraaf]
[Getypte tekst:]
J.Th. Arentzen, oud 47 jaar en wonende Zaanstraat 14 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Sedert Juni 1924 is Arentzen vaste standplaatshouder op de dagmarkt Alb:Cuypstraat. Volgens zijn verklaring heeft hij daar van 1924 tot 1934 gehandeld in groenten en fruit, terwijl hij van 1934 tot heden handel heeft gedreven in ongeregelde goederen, althans niet meer in groenten en fruit. De Heer van Moerkerken, Chef-Marktopzichter van genoemde dagmarkt, verklaarde mij Arentzen van vroeger jaren te kennen als groentenhandelaar. Hoelang Arentzen in deze handel werkzaam was geweest kon hij mij echter niet met zekerheid verklaren. Voorts vermeld ik nog, dat Arentzen nimmer toegang heeft gehad tot de Centr:Markt. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft Arentzen de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
[Handgeschreven notitie midden onder:]
Doorzenden naar Den Haag 24/10-'39 [Paraaf]
[Linksonder:]
Den Heer Bedrijfschef v/h Marktwezen
[Handtekening over de tekst]
[Rechtsonder:]
Amsterdam 21-10-39
Controleur.
[Handtekening: J. Wichman (?)] Dit document is een rapportage van een controleur van het Amsterdamse Marktwezen betreffende een aanvraag van de heer J.Th. Arentzen (geboren ca. 1892). De kern van de zaak is de verificatie van Arentzens beroepsverleden.
Arentzen wenst officieel erkend te worden als detaillist in groenten en fruit. Uit het onderzoek blijkt dat hij weliswaar een ervaren marktkoopman is op de Albert Cuypmarkt (sinds 1924), maar dat hij de laatste vijf jaar (1934-1939) is overgestapt op de handel in "ongeregelde goederen" (diverse non-food artikelen of restpartijen). De controleur heeft getuigenissen verzameld van de marktmeester (Van Moerkerken) en stelt vast dat de aanvrager geen toegang had tot de Centrale Markthallen (de groothandel), wat relevant is voor zijn status als kleinhandelaar. Het rapport dateert van oktober 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. In deze periode nam de overheidsbemoeienis met de distributie en handel in levensmiddelen sterk toe.
Om in aanmerking te komen voor bepaalde vergunningen, toewijzingen van goederen of lidmaatschappen van bedrijfsorganisaties (die later onder de bezetting verplicht zouden worden), moesten handelaren hun vakbekwaamheid en historiek bewijzen. De doorzending naar "Den Haag" duidt op een centrale registratie bij een ministerie of een overkoepelend bedrijfschap voor de handel. Het document illustreert de bureauctratische controle op de informele markthandel in Amsterdam aan de vooravond van de bezetting.