Officieel ambtelijk rapport/adviesbrief.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport/adviesbrief. 30 oktober 1939 (met latere aantekeningen tot 6 november 1939). [Stempel bovenaan:]
№ 213/163/1 M. 1939 2/11
R A P P O R T
Th.M.Man.Jr, oud 22 jaar en wonende Nieuwe Leliestraat 143 huis, alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaat in groenten en fruit.
Man.Jr is ongeveer acht jaar in dienst bij zijn vader, kooper Th.M.Man.Sr, die op bovengenoemd adres een zaak drijft in groenten en fruit. Als personeel van zijn vader heeft Man.Jr sedert 1935 toegang tot de Centr;Markt. Hij wil nu voor eigen rekening met genoemde artikeken gaan handelen. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Amsterdam 30-10-39
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen
[Handtekening linksonder:]
(Onleesbaar, mogelijk J. Verschuur)
[Rechtsonder:]
Controleur.
[Handtekening:]
(Onleesbaar, mogelijk F. Vethman)
[Handgeschreven notities in potlood/inkt:]
Mogelijk stempelen en doorzenden naar den Haag.
6/11: doorgezonden naar den Haag.
[Initialen]
Accoord
3-11-'39 ay. Dit document is een getypt rapport van een controleur van het Amsterdamse Marktwezen. De tekst bevat enkele typfouten (zoals "kleinhandelaat" voor kleinhandelaar en "artikeken" voor artikelen), wat gebruikelijk was bij snel getypte ambtelijke verslagen.
De kern van het rapport is een antecedentenonderzoek: de 22-jarige Thomas Man Jr. wil voor zichzelf beginnen in de handel waar hij al acht jaar (sinds zijn 14e) ervaring in heeft opgedaan bij zijn vader. Zijn toegangsbewijs tot de Centrale Markt sinds 1935 dient als bewijs van zijn professionele betrokkenheid. De controleur geeft een positief advies ("naar waarheid beantwoord"). Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt de hiërarchische afhandeling: het rapport gaat van de controleur naar de bedrijfschef, wordt geaccordeerd en uiteindelijk doorgezonden naar Den Haag voor de definitieve vergunningverlening of registratie. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (oktober/november 1939). In deze periode was de vestigingswetgeving in Nederland streng. Sinds de Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 moesten startende ondernemers aantonen dat zij over voldoende vakkennis, handelskennis en kredietwaardigheid beschikten.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam waren op dat moment het kloppende hart van de voedseldistributie. Toegang was streng gereguleerd; alleen erkende handelaren en hun personeel mochten daar inkopen. Dat de aanvrager in de Nieuwe Leliestraat 143 woonde (in de Jordaan), past in het historische beeld van deze wijk als een buurt vol kleine neringdoenden en marktkooplieden. De doorzending naar "Den Haag" duidt waarschijnlijk op de Rijksinspectie of een overkoepelend bedrijfschap dat de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid had over de landelijke spreiding van detailhandel in deze sector.