Archief 745
Inventaris 745-308
Pagina 175
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel verslag / Notities behorende bij een brief.

Origineel

Officieel verslag / Notities behorende bij een brief. Bijlage B, behoorende bij brief no.20/1/3 M. d.d. 16 November 1940 aan den heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van den Centralen, Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en van den Directeur van het Marktwezen.


N o t i t i e s inzake een bespreking met vertegenwoordigers van den groentenhandel en den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening op 9 November 1940.

A a n w e z i g : van het Marktwezen: De Directeur, Dr.A.v.d.Laan; de heer Sixma; de Secretaris, Mr.A.van Praag; de Bedrijfschef, de heer Broerse; van den Centralen Dienst: de Directeur, Smeets en den heer Franken, ambtenaar bij dien dienst. Van den handel: de heeren Wijnschenk Sr., Wijnschenk Jr., Van Bladeren, Dijkstra, Bood, Kramer en Draaisma.

De handel deelt mede, dat in verband met hetgeen is besproken in de vergadering van 6 November jl. de belanghebbenden in den handel van vatgroenten en stapelgroenten onderling overleg hebben gepleegd over een ten te vormen wintervoorraad van deze artikelen, welke voldoende zou zijn om de Amsterdamsche bevolking gedurende een vorstperiode voor ruim een maand met deze artikelen te voorzien. Voor vatgroente zou dit moeten zijn 400 vaten snijboonen, 400 vaten spercieboonen en 400 vaten andijvie; deze vaten zouden bewaard kunnen worden op een door de Gemeente aan te wijzen opslagplaats; bovendien zouden 1000 vaten zuurkool moeten worden opgeslagen op een centraal punt, echter niet in de open lucht. Voor wat de stapelgroente betreft zal men willen reserveeren 500.000 kg. koolrapen, welke zouden moeten worden bewaard in kleineren hoeveelheden in schepen; hiervoor zouden 7 à 8 schepen noodig zijn, die van half December tot einde Januari op de Centrale Markt een ligplaats zouden kunnen innemen. Voor wortelen zou voor een maand benoodigd zijn ongeveer 120.000 kg. en voor uien 200.000 kg., welke artikelen het beste bewaard kunnen worden in pakhuizen. De handel acht het niet gewenscht om van roode en ge/le kool te Amsterdam een voorraad aan te leggen, daar hiervoor in de stad geen geschikte bewaarplaatsen voorhanden zijn en bovendien geen arbeidskrachten, die voldoende vakkennis hebben om de kool vakkundig te behandelen. Deze artikelen worden, zooals in de vorige bespreking reeds gezegd, het beste bij de boeren bewaard. Indien de Gemeente zou kunnen zorgen, dat er benzine beschikbaar wordt gesteld voor enkele vrachtauto's, die eventueel in de vorstperiode de kool bij de boeren zouden kunnen weghalen, dan acht de handel dit de meest geschikte oplossing.

De Directeur van het Marktwezen wijst erop, dat volgens de aanvoersstatistieken der Centrale Markt in een wintermaand ± 250.000 kg. koolrapen, 420.000 kg. wortelen en 200.000 kg. uien ter Centrale Markt zijn aangevoerd in het jaar 1940. Deze cijfers wijken dus vrij belangrijk af, van de cijfers, welke door den handel zijn genoemd. Er moet echter rekening mede worden gehouden, dat het artikel koolrapen beter bewaard kan worden, dan wortelen en uien, zoodat het dus begrijpelijk is, dat men van koolrapen meer zou opslaan dan van wortelen en uien. Voornoemde Directeur wijst erop, dat met een reserve voor ± 14 dagen kan worden volstaan, te meer daar moet worden aangenomen, dat de grossiers zelf ook een vrij belangrijke voorraad in pakhuizen aanwezig zullen hebben. Op grond van het vorenstaande meent hij dan ook, dat volstaan kan worden met het vormen van een reserve van 250.000 kg. koolrapen, 150.000 kg. wortelen en 100.000 kg. uien, waarbij de voorraad uien zoo klein mogelijk is gehouden, omdat dit artikel het meest aan bederf onderhevig is. Een voorraad vatgroente (snijboonen, spercieboonen en andijvie) van 6 à 700 vaten wordt voldoende geacht als reserve voor 14 dagen, waarbij dan nog 500 vaten zuurkool zouden moeten komen. Er moet namelijk ook rekening mede worden gehouden, dat de voorraden bij het publiek aan eigen inmaak ongetwijfeld zeer groot zijn.

Bewaarplaats van den reservevoorraad.

De vatgroente, behalve de zuurkool, kan worden neergelegd op het terrein der Centrale Markt; hieromtrent zal nader overleg met den handel kunnen worden gepleegd. De zuurkool zal kunnen worden opgeslagen in loods Q der Centrale Markt. De koolrapen moeten worden opgeslagen in schepen, welke aan de Centrale Markt in de havens zullen worden gemeerd. Getracht zal worden voor de wortelen en uien een bewaarplaats te vinden op de Centrale Markt, bijvoorbeeld in Q of in het koelhuis, doch indien hiervoor geen ruimte op de markt beschikbaar is, moet een pakhuis in de stad gehuurd worden. De mogelijkheid zal worden overwogen of de Nederlandsche * Kernvraag: Hoeveel wintervoorraad groenten moet Amsterdam aanleggen om een vorstperiode van een maand te overbruggen?
* Verschil in inzicht: De 'handel' pleit voor een grote voorraad (o.a. 500.000 kg koolraap) om een maand vorst uit te zingen. De 'Directeur' baseert zich op statistieken en stelt een voorraad voor 14 dagen voor, omdat hij verwacht dat burgers zelf ook over inmaak beschikken en grossiers eigen voorraden hebben.
* Logistiek: Er wordt gesproken over specifieke locaties op de Centrale Markt in Amsterdam (zoals Loods Q) en het gebruik van schepen als drijvende opslag voor koolrapen.
* Schaarste: Er wordt expliciet gevraagd om benzine voor vrachtwagens, wat in november 1940 reeds een schaars goed was door de Duitse bezetting. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was op dat moment een kritiek dossier voor het Amsterdamse gemeentebestuur. Men wilde koste wat kost voorkomen dat de bevolking in de winter zonder groenten zou komen te zitten door bevroren transportwegen of uitval van aanvoer.

Het document illustreert de spanning tussen de marktpartijen (de handel), die ruim wilden inkopen en opslaan, en de bureaucratie (de Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening), die met statistieken de kosten en risico's (zoals bederf van uien) probeerde te beperken. Ook het feit dat kool niet in de stad zelf werd opgeslagen wegens gebrek aan vakkundig personeel en ruimte, toont de complexiteit van de stedelijke logistiek in oorlogstijd. Dr. A.v.d. Laan de heer Sixma Mr. A. van Praag de heer Broerse Smeets de heer Franken en diverse vertegenwoordigers uit de handel (Wijnschenk Van Bladeren Dijkstra Bood Kramer Draaisma).

Samenvatting

  • Kernvraag: Hoeveel wintervoorraad groenten moet Amsterdam aanleggen om een vorstperiode van een maand te overbruggen?
  • Verschil in inzicht: De 'handel' pleit voor een grote voorraad (o.a. 500.000 kg koolraap) om een maand vorst uit te zingen. De 'Directeur' baseert zich op statistieken en stelt een voorraad voor 14 dagen voor, omdat hij verwacht dat burgers zelf ook over inmaak beschikken en grossiers eigen voorraden hebben.
  • Logistiek: Er wordt gesproken over specifieke locaties op de Centrale Markt in Amsterdam (zoals Loods Q) en het gebruik van schepen als drijvende opslag voor koolrapen.
  • Schaarste: Er wordt expliciet gevraagd om benzine voor vrachtwagens, wat in november 1940 reeds een schaars goed was door de Duitse bezetting.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was op dat moment een kritiek dossier voor het Amsterdamse gemeentebestuur. Men wilde koste wat kost voorkomen dat de bevolking in de winter zonder groenten zou komen te zitten door bevroren transportwegen of uitval van aanvoer.

Het document illustreert de spanning tussen de marktpartijen (de handel), die ruim wilden inkopen en opslaan, en de bureaucratie (de Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening), die met statistieken de kosten en risico's (zoals bederf van uien) probeerde te beperken. Ook het feit dat kool niet in de stad zelf werd opgeslagen wegens gebrek aan vakkundig personeel en ruimte, toont de complexiteit van de stedelijke logistiek in oorlogstijd.

Genoemde Personen 12

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling Uilenburg 159.300
Aal en paling Waterlooplein 159.300
Aal en paling Waterlooplein 159.900
Aal en paling Waterlooplein **19.336**
Aal en paling Uilenburg 159.300
Aal en paling Uilenburg 19.336
Aal en paling Uilenburg 19.336
Aal en paling Waterlooplein 19.336
Aal en paling ........................ Uilenburg 218.275
Aal en paling ........................................ Uilenburg 19.336
Aal en paling ........................................ Uilenburg 159.300
Aal en paling ............................................................ Uilenburg 1.942
Aandeel huur hoofdkantoor Uilenburg
Aandeel huur hoofdkantoor Uilenburg 185,66 (a)
Aankoop kisten Uilenburg
Aankoop kisten Uilenburg
Aantal vaartuigen Uilenburg 73
Aantal vaartuigen Uilenburg 73
Aantal vaartuigen Waterlooplein 73
Aantal vaartuigen Waterlooplein 73
Aantal vaartuigen .................... Uilenburg 103
Afschrijving dubieuze debiteuren Uilenburg
Afschrijving dubieuze debiteuren ............... Uilenburg
Afschrijving dubieuze debiteuren .......................................... Uilenburg
Afschrijving Dubieuze Debiteuren Uilenburg
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
A. Geboorte Uilenburg
A. Geboorte Uilenburg 88
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3