Handgeschreven brief/verzoekschrift (fragment).
Origineel
Handgeschreven brief/verzoekschrift (fragment). G. Piller, Tugelaweg 111 huis, Amsterdam Oost. bewijs van u te mogen ontvangen.
Ik beheer een standplaats aan de
de Ruijterkade, en mijn vent[er]ver-
gunning draagt de volgende
nummers № 03046
Serie 21 no. 84
en is geldig voor den verkoop van
aardappelen, groenten en fruit.
Beleefd hopende een bewijs van
Ued. te mogen ontvangen, verblijf ik,
met de meeste hoogachting
G. Piller
Tugelaweg 111 huis
Amsterdam Oost. De schrijver, G. Piller, verzoekt om een officieel bewijsstuk van een niet nader genoemde instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke afdeling zoals de Marktpolitie of het Marktwezen). Hij voert aan dat hij een standplaats beheert aan de De Ruijterkade in Amsterdam. Ter identificatie van zijn rechten noemt hij de details van zijn ventvergunning: nummer 03046, Serie 21, nummer 84. De vergunning staat hem toe om aardappelen, groenten en fruit te verkopen. De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl, kenmerkend voor correspondentie met de overheid in de eerste helft van de 20e eeuw, getuige het gebruik van "Ued." (Uw Edele) en de archaïsche spelling ("den verkoop"). In de tekst zijn enkele kleine slordigheden of correcties zichtbaar, zoals het dubbel geschreven woord "de" en een doorhaling bij het woord "ventvergunning". De De Ruijterkade is een belangrijke kade aan de zuidoever van het IJ, direct achter het Centraal Station van Amsterdam, die historisch gezien een knooppunt was voor handel en transport. De Tugelaweg ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die begin 20e eeuw werd gebouwd en waar veel Joodse gezinnen woonden. De achternaam Piller kwam in die periode regelmatig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gezien de context van marktvergunningen en de locatie, zou dit document gerelateerd kunnen zijn aan de administratie rondom Joodse straathandelaren, die zeker in de jaren '30 en '40 onder nauwlettend toezicht en restricties kwamen te staan. De precieze datering ontbreekt op dit blad, maar de stijl en het handschrift duiden op de vroege tot midden 20e eeuw.
Samenvatting
De schrijver, G. Piller, verzoekt om een officieel bewijsstuk van een niet nader genoemde instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke afdeling zoals de Marktpolitie of het Marktwezen). Hij voert aan dat hij een standplaats beheert aan de De Ruijterkade in Amsterdam. Ter identificatie van zijn rechten noemt hij de details van zijn ventvergunning: nummer 03046, Serie 21, nummer 84. De vergunning staat hem toe om aardappelen, groenten en fruit te verkopen. De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl, kenmerkend voor correspondentie met de overheid in de eerste helft van de 20e eeuw, getuige het gebruik van "Ued." (Uw Edele) en de archaïsche spelling ("den verkoop"). In de tekst zijn enkele kleine slordigheden of correcties zichtbaar, zoals het dubbel geschreven woord "de" en een doorhaling bij het woord "ventvergunning".
Historische Context
De De Ruijterkade is een belangrijke kade aan de zuidoever van het IJ, direct achter het Centraal Station van Amsterdam, die historisch gezien een knooppunt was voor handel en transport. De Tugelaweg ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die begin 20e eeuw werd gebouwd en waar veel Joodse gezinnen woonden. De achternaam Piller kwam in die periode regelmatig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gezien de context van marktvergunningen en de locatie, zou dit document gerelateerd kunnen zijn aan de administratie rondom Joodse straathandelaren, die zeker in de jaren '30 en '40 onder nauwlettend toezicht en restricties kwamen te staan. De precieze datering ontbreekt op dit blad, maar de stijl en het handschrift duiden op de vroege tot midden 20e eeuw.