Handgeschreven memo op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Handgeschreven memo op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 2B/186/1 1939
DOORGEZONDEN: 20/12. '39
[Handgeschreven rechtsboven:]
H. Veldhuis. 22/12 39
[Hoofdtekst:]
Pietje zal niet Donderdag
4-I-40, met de formulieren, morgen
aan kaartenkantoor.
[Midden links:]
opbergen
[initialen] 20/12 39
[Rechtsonder:]
20/12. 39
[handtekening]
[Gedrukte voettekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De notitie is een korte administratieve mededeling over het inleveren van documenten. De kern van de boodschap is dat "Pietje" de betreffende formulieren niet op de geplande datum van donderdag 4 januari 1940 naar het kaartenkantoor zal brengen, maar dat dit reeds "morgen" zal gebeuren (gezien de datum van het schrijven, 20 december, betreft dit 21 december 1939).
Het document is voorzien van ambtelijke kenmerken zoals een dossiernummer en de instructie "opbergen", wat duidt op een formele verwerking binnen een overheidsapparaat (waarschijnlijk de afdeling Algemene Zaken van een gemeente). De handgeschreven naam "H. Veldhuis" met de datum 22/12 suggereert dat de informatie twee dagen na verzending door de betreffende ambtenaar is ontvangen of geparafeerd. Het document dateert van december 1939. Nederland bevond zich in deze periode in een staat van paraatheid; hoewel nog neutraal, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al uitgebroken. De verwijzing naar het kaartenkantoor is hierbij cruciaal. Dit was de instantie die verantwoordelijk was voor de distributie van bonkaarten en stamkaarten voor voedsel en goederen.
De administratieve voorbereidingen voor de distributie waren in 1939 al in volle gang om schaarste tijdens de mobilisatie en een eventuele bezetting op te vangen. Het gebruik van een formulier uit 1937 (zie voettekst) laat zien dat de bureaucratische infrastructuur voor dergelijke crisissituaties al jaren voor de inval van mei 1940 was opgezet. H. Veldhuis M. No
Samenvatting
De notitie is een korte administratieve mededeling over het inleveren van documenten. De kern van de boodschap is dat "Pietje" de betreffende formulieren niet op de geplande datum van donderdag 4 januari 1940 naar het kaartenkantoor zal brengen, maar dat dit reeds "morgen" zal gebeuren (gezien de datum van het schrijven, 20 december, betreft dit 21 december 1939).
Het document is voorzien van ambtelijke kenmerken zoals een dossiernummer en de instructie "opbergen", wat duidt op een formele verwerking binnen een overheidsapparaat (waarschijnlijk de afdeling Algemene Zaken van een gemeente). De handgeschreven naam "H. Veldhuis" met de datum 22/12 suggereert dat de informatie twee dagen na verzending door de betreffende ambtenaar is ontvangen of geparafeerd.
Historische Context
Het document dateert van december 1939. Nederland bevond zich in deze periode in een staat van paraatheid; hoewel nog neutraal, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al uitgebroken. De verwijzing naar het kaartenkantoor is hierbij cruciaal. Dit was de instantie die verantwoordelijk was voor de distributie van bonkaarten en stamkaarten voor voedsel en goederen.
De administratieve voorbereidingen voor de distributie waren in 1939 al in volle gang om schaarste tijdens de mobilisatie en een eventuele bezetting op te vangen. Het gebruik van een formulier uit 1937 (zie voettekst) laat zien dat de bureaucratische infrastructuur voor dergelijke crisissituaties al jaren voor de inval van mei 1940 was opgezet.