Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 10 februari 1939. [Links boven, handgeschreven:]
Nº 332 Lm. 1939
[Links boven, stempel:]
Nº 3 / 4 / 1 M. 1939
[Rechts boven, handgeschreven:]
Du
[Rechts boven, getypt:]
Overleg afdeeling Assurantiezaken
met Verzekeringsinstellingen van
Gemeentepersoneel.
[Midden boven, getypt:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
[Handgeschreven aantekening rechts midden:]
m. i. Dir
hp
[Getypt:]
Vrijdag, 10 Februari 1939.
De Wethouder voor de Gemeentelijke Assurantiezaken deelt aan de Vergadering mede, dat hem is gebleken, dat bij eenige takken van dienst door het personeel, z.g. fondsen tot ziekensteun zijn opgericht en dat bij andere diensten en bedrijven pogingen worden aangewend, tot oprichting van dergelijke fondsen te geraken. Het bestuur van een der fondsen heeft het verzoek tot spreker gericht, aan dit streven zijn medewerking te verleenen, door het inschakelen van de afdeeling Assurantiezaken, opdat aldus meer eenheid van handelen kan worden bereikt en de belangen van het gemeentepersoneel ter zake van de risico's, voortvloeiende uit ziekte, zoo goed en zoo goedkoop mogelijk gedekt kunnen worden.
Er liggen hier, aldus spreker, inderdaad zeer groote belangen voor het gemeentepersoneel te verzorgen, vooral ook, wanneer binnenkort een ingrijpende verandering in de regeling van de ziekenhuisverpleging in de Gemeenteziekenhuizen zal plaats vinden. Bij een goede regeling van de verzekering tegen risico's uit hoofde van ziekte, in den ruimsten zin genomen, zijn de belangen van het personeel en tevens die van de Gemeente gemoeid. Aangezien echter op dit terrein voor het gemeentepersoneel nog eenige andere instellingen werkzaam zijn, zooals "Willen is kunnen" en het Z.V.P.G.A., is het volgens spreker noodig, met alle instellingen, die ter zake van ziekenverpleging c.a. van het gemeentepersoneel werkzaam zijn, zoomede met de hoofden van diensten, waar reeds fondsen bestaan, contact te zoeken.
Na bespreking besluit de Vergadering, het voorstel van den Wethouder voor de Gemeentelijke Assurantiezaken te aanvaarden, waarbij de Chef van de afdeeling Assurantiezaken ter Gemeentesecretarie in overleg zal treden met de instellingen van gemeentepersoneel, werkzaam op het gebied van verzekering tegen de gevolgen van ziekte, in den ruimsten zin genomen, en t.z.t. ter zake van deze aangelegenheid van zijn bevindingen zal doen blijken.
Afschrift hiervan zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris, het Pensioenbureau en den Gemeenteontvanger.
EL
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Rechtsonder handgeschreven:]
3 Dit document betreft een besluit van het Amsterdamse College van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit februari 1939. De kern van het besluit is de noodzaak tot centralisatie en professionalisering van de ziektetegoeden en -verzekeringen voor gemeentepersoneel.
Op dat moment bestonden er verschillende versnipperde initiatieven ("fondsen tot ziekensteun") binnen diverse gemeentelijke diensten. De Wethouder voor Gemeentelijke Assurantiezaken stelt voor om de regie hiervan bij zijn afdeling te leggen. Dit heeft als doel om meer eenheid te creëren, kosten te besparen en de belangen van zowel het personeel als de gemeente beter te behartigen, zeker met het oog op aanstaande veranderingen in de ziekenhuiszorg. Er wordt specifiek verwezen naar overleg met bestaande instellingen zoals "Willen is kunnen" en de "Z.V.P.G.A." (Ziekteverzekering Personeel Gemeente Amsterdam). In de jaren dertig van de 20e eeuw was de sociale zekerheid in Nederland nog volop in ontwikkeling en verre van uniform. Veel beroepsgroepen en werknemers van grote instanties (zoals gemeenten) richtten eigen onderlinge waarborgfondsen of ziekenfondsen op.
Dit document dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het toont de ambitie van de gemeente Amsterdam om als werkgever meer grip te krijgen op de sociale voorzieningen voor haar ambtenaren. De genoemde secretaris "Van Lier" verwijst naar Mr. Dr. G. van Lier, die een prominente rol speelde in het Amsterdamse stadsbestuur in die periode. De "ingrijpende verandering in de regeling van de ziekenhuisverpleging" waarover gesproken wordt, duidt op de voortdurende modernisering en reorganisatie van de Amsterdamse publieke gezondheidszorg in de jaren '30, waarbij efficiëntie en toegankelijkheid centraal stonden.