Handgeschreven conceptbrief / ambtelijk memorandum.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief / ambtelijk memorandum. 3 juli 1939. [Linksboven in de marge:]
2/7/39 ~~HS~~
Concept MNr. 4/4/10
Concept-begrooting 1940
[Rechtsboven in kader:]
A’dam 3 Juli 1939
[Onder het kader:]
W.C.M.
Onder terugzending van de met Uw
Apostille no. 294/2 Cult 1939 d.d. 26 Juni j.l.
om spoedig nader advies ontvangen stukken
heb ik de eer U het navolgende te berichten.
In mijn ~~rapport~~ d.d. 1 Mei j.l. (No.
4/4/3 M) deelde ik ~~U~~ bereids mede,
dat de uitgaven en de inkomsten op deze
begrooting zoo nauwkeurig mogelijk zijn
geraamd, zoodat ik ~~geen mogelijkheid~~
niet kan aangeven, hoe in de begrooting
nog wijziging van beteekenis kunnen
worden aangebracht.
Ik heb thans andermaal de
~~de~~ geraamde baten en uitgaven
nauwkeurig onderzocht en ik kan,
zeer tot mijn spijt, ook na dit
herhaalde onderzoek, geen verbetering
in de begrootingspositie aangeven. ~~Wel is~~
Wel is gebleken, dat de geraamde baten
hooger zijn gesteld, dan ~~uit de ontvangsten~~
de in het eerste halfjaar van 1939 behaalde Het document is een ambtelijk concept voor een reactie op een "Apostille" (een kanttekening of instructie op een officieel document). De auteur reageert op een verzoek om nader advies betreffende de begroting voor het jaar 1940.
De kern van de boodschap is defensief en standvastig: de auteur stelt dat de eerdere ramingen van mei 1939 al zo nauwkeurig mogelijk waren. Na een herhaald onderzoek concludeert de schrijver dat er geen ruimte is voor significante wijzigingen of verbeteringen in de begrotingspositie. Sterker nog, er wordt gewaarschuwd dat de geraamde baten (inkomsten) wellicht aan de optimistische kant zijn, gezien de resultaten van de eerste helft van 1939.
Het document bevat diverse doorhalingen en correcties, wat karakteristiek is voor een concepttekst waarin de formulering wordt aangescherpt voordat deze in het net wordt uitgeschreven. De datum van het document, 3 juli 1939, is historisch saillant. Het is slechts twee maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er in Nederland grote economische onzekerheid en werd er enerzijds bezuinigd, terwijl anderzijds de kosten voor mobilisatie en defensie toenamen.
De referentie "Cult" in het apostille-nummer suggereert dat dit document betrekking heeft op de afdeling Kunstzaken of Cultuur van de gemeente Amsterdam. In tijden van naderende crisis en economische krapte stonden juist deze budgetten vaak onder druk, wat de resolute toon van de ambtenaar ("geen verbetering mogelijk") verklaart. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke molens van Amsterdam aan de vooravond van een bewogen tijdperk.