Brief / interne correspondentie (handgeschreven).
Origineel
Brief / interne correspondentie (handgeschreven). Gedateerd "December 1940"; datumstempel "- 9 DEC. 1940"; administratieve aantekening "11/12/40". Waarschijnlijk een functionaris van de dienst 'Marktwezen'. Aan Directeur Gemeentetram
restitutie over de maanden
Nov en December 1940.
onder toezending van dienstkaart [Aantekening in marge: 11/12/40 met paraaf]
den heer Directeur der [Rode stempel: 10/53/1 M]
Gemeentetram [Rode stempel: - 9 DEC. 1940]
In bijlage dezes heb ik de eer [Potloodaantekening: over 1940]
U te doen toekomen de dienstkaart over 1940 van
den heer Dr. A. v. d. Laan, die gerekend te zijn ingegaan op
1 November jl. werd ontslagen. Ik verzoek U beleefd
het teveel betaalde over de maanden November en
December [overschreven: restitueeren en dit bedrag te] storten op rekening 6 van den dienst van
het Marktwesen bij het Gemeentelijk girokantoor.
[Paraaf] De kern van dit document is een financieel-administratieve afhandeling tussen twee gemeentelijke diensten. De afzender (Dienst Marktwezen) stuurt de 'dienstkaart' (een officieel vervoersbewijs voor ambtenaren) van een zekere Dr. A. v. d. Laan retour aan de Gemeentetram.
Omdat de heer Van der Laan per 1 november 1940 is ontslagen, is er voor de maanden november en december onterecht of teveel betaald voor zijn tramgebruik. De schrijver verzoekt daarom om restitutie van dit bedrag. De tekst bevat een correctie: "te storten op" is overschreven met een instructie om het bedrag te restitueren naar de specifieke girokanaal-rekening van de marktdienst. De diverse stempels en parafen tonen de route van het document door de ambtelijke molen. Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode ging de reguliere gemeentelijke administratie in steden als Amsterdam gewoon door, wat de zakelijke en bijna banale toon van deze brief over een tramkaart verklaart.
Echter, de datum van het ontslag (1 november 1940) is historisch gezien beladen. In het najaar van 1940 begonnen de Duitse bezettingsautoriteiten met het verwijderen van Joodse ambtenaren uit de overheidsdienst (de Ariërverklaring werd in oktober 1940 geëist). Veel Joodse ambtenaren werden in november 1940 geschorst of ontslagen. Hoewel dit document de reden van het ontslag van Dr. A. v. d. Laan niet expliciet noemt, past de timing in het bredere beeld van de zuiveringen binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat in die periode. Het document is daarmee een voorbeeld van hoe grote historische gebeurtenissen zich vertalen in kleine, dagelijkse administratieve handelingen. A. v. d. Laan Marktwezen