Officieel reglement (verordening).
Origineel
Officieel reglement (verordening). 1934 (gebaseerd op stempel "M. 1934" en tekstuele verwijzing naar een raadsbesluit van 16 mei 1934). [Stempel linksboven: № 17/61]
[Stempel midden boven: M. 1934]
REGLEMENT OP DE MARKTEN.
AFDEELING I
Artikel 1
Onder de benaming "markt" wordt in dit Reglement verstaan de geheele oppervlakte openbare gemeentegrond en openbaar gemeentewater op de plaatsen en binnen de grenzen, die bij besluit van den Gemeenteraad van 16 Mei 1934 (Gemeenteblad 1934 afd. 3, volgn.) en bij besluiten van Burgemeester en Wethouders, op grond van artikel 7 tweede lid der Verordening op den dienst van het Marktwezen, als zoodanig zijn aangewezen of nader zullen worden aangewezen; met uitzondering van de Centrale Markt en de door Burgemeester en Wethouders aangewezen of alsnog aan te wijzen tijdelijke hulpmarkten der Centrale Markt.
Art. 2.
Ieder, die op een markt met goederen, of met vaar- of voertuigen, waarmede die goederen worden aangevoerd een plaats wenscht in te nemen, mag dit slechts doen met goedkeuring en na aanwijzing van den marktambtenaar.
Aan personen beneden 18 jaar worden geen plaatsen toegewezen.
De beslissing in geschillen in zake de toewijzing der plaatsen berust bij den Directeur van het Marktwezen.
Art. 3.
Op de markten mogen geen andere goederen worden uitgestald of verkocht dan die waarvoor de betreffende markten zijn aangewezen, behoudens schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders.
Art. 4.
De afmetingen van de plaatsen op de algemeene dag- en weekmarkten bedragen 3 bij 2 M., met uitzondering van die op de Nieuwmarkt en het Waterlooplein, welke 3 bij 3 M. bedragen.
De afmetingen van de plaatsen op de overige markten worden door den Directeur van het Marktwezen bepaald, waarbij zooveel mogelijk met de wenschen van de betrokkenen en de belangen van derden rekening wordt gehouden.
De Directeur van het Marktwezen is bevoegd in omstandigheden, te zijner beoordeeling van de in het eerste [tekst breekt hier af] Dit document vormt de juridische basis voor de dagelijkse gang van zaken op de Amsterdamse markten in de jaren 30. Enkele opvallende punten zijn:
* Definitie: De definitie van "markt" omvat ook "openbaar gemeentewater", wat herinnert aan de historische handel via schuiten in de Amsterdamse grachten.
* Toewijzing en Controle: Er is een strikte hiërarchie. De "marktambtenaar" wijst plekken toe, terwijl de "Directeur van het Marktwezen" de eindverantwoordelijke is bij geschillen.
* Leeftijdsgrens: Er gold een minimumleeftijd van 18 jaar om een marktplaats te mogen bemachtigen, wat duidt op een vroege vorm van regulering van zelfstandige arbeid.
* Standaardisatie: Artikel 4 toont de wens tot uniformiteit in de openbare ruimte door vaste afmetingen voor kramen voor te schrijven (meestal 3x2 meter). De uitzondering voor de Nieuwmarkt en het Waterlooplein (3x3 meter) suggereert dat deze markten een andere structuur of een ander type handel (zoals de bekende vlooienmarkt op het Waterlooplein) hadden die grotere plekken vereiste. In 1934 onderging de Amsterdamse markthandel een grote verandering met de opening van de "Centrale Markthallen" aan de Jan van Galenstraat. Dit document maakt dan ook expliciet een onderscheid tussen de gewone straatmarkten en deze nieuwe Centrale Markt. De crisisjaren 30 zorgden voor een enorme toeloop naar de markten, zowel door kopers die op zoek waren naar goedkope waar als door werklozen die probeerden als marktkoopman een inkomen te genereren. Een strak reglement was voor de gemeente Amsterdam noodzakelijk om de orde en de belastingopbrengsten (marktgelden) te reguleren in een tijd van economische nood. Gemeente Amsterdam Marktwezen