Getypt verslag van een vergadering of ambtelijke nota.
Origineel
Getypt verslag van een vergadering of ambtelijke nota. -4-
treden; zal de marktambtenaar dit kunnen regelen?
De heer Neeter deelt mede, zich in het algemeen te kunnen vereenigen met de ontworpen richtlijnen. Spreker is van meening, dat de zoogenaamde compagnonschappen uitsluitend beperkt moeten worden tot het Waterlooplein. Op deze markt zijn deze compagnonschappen nu eenmaal onmisbaar, hoewel erkend moet worden, dat soms excessen voorkomen. Daarom moet spreker met den meesten nadruk waarschuwen, deze compagnonschappen niet ook op andere markten mogelijk te maken.
Ten aanzien van de standwerkers onderschrijft spreker het betoog van den heer Lap; het is noodzakelijk, dat combinaties van twee of soms drie personen als standwerker op een plaats optreden. Spreker zou dit echter niet met zooveel woorden willen omschrijven. De marktopzichter moet hierbij eenige vrijheid houden om naar omstandigheden op te treden.
Het spreekt vanzelf, dat op de markten man en vrouw als één wordt beschouwd en tezamen van een plaats gebruik kunnen maken; daarnaast houden zij het recht om zich te doen bijstaan door één assistent, zooals is omschreven in de onderhavige richtlijnen.
De Voorzitter constateert, dat de Commissie zich ermede vereenigt, dat man en vrouw op de markten als één worden beschouwd. Dit is dus een ruimer standpunt dan ter vergadering van de Ventcommissie van 6 October jl. ten aanzien van de standplaatshouders is ingenomen.
Spreker wijst er vervolgens op, dat in de onderhavige richtlijnen geen bepalingen zijn opgenomen om de zoogenaamde overdracht van plaatsen te regelen. Dit beteekent echter niet, dat het Marktwezen hiervan geen studie heeft gemaakt. De overdrachtsmogelijkheid is langdurig besproken, doch tenslotte heeft spreker gemeend hieromtrent in de onderhavige richtlijnen geen bepalingen op te moeten nemen. Spreker deelt mede, dat in Den Haag de overdracht van plaatsen aan inwonende kostwinners mogelijk is. Te Amsterdam is in enkele zeer bijzondere gevallen de plaats overgeschreven op den vervanger of den assistent van den plaatshouder, waarbij gebruik is gemaakt van artikel 31 van het Reglement op de Markten, dat luidt: * Inhoud: Het document betreft een discussie over de verfijning van marktrichtlijnen. Belangrijke punten zijn:
1. Compagnonschappen: De heer Neeter pleit ervoor om deze samenwerkingsvormen enkel toe te staan op het Waterlooplein, omdat dit elders tot "excessen" zou kunnen leiden.
2. Standwerkers: Er wordt erkend dat standwerkers vaak in teams van twee of drie werken, maar men wil dit niet te strikt vastleggen in regels om de marktopzichter discretionaire bevoegdheid te geven.
3. Gezinsstatus: Echtparen worden voor de toewijzing van een standplaats als één entiteit beschouwd, wat een versoepeling is ten opzichte van eerdere standpunten van de "Ventcommissie".
4. Overdracht van plaatsen: Dit is een heikel punt. Hoewel Den Haag soepeler is, houdt Amsterdam vast aan een strenger beleid waarbij overdracht alleen in zeer uitzonderlijke gevallen mogelijk is via Artikel 31.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands met gebruik van de naamval ('den meesten nadruk', 'den heer Lap'). De tekst getuigt van een sterke behoefte aan controle op de marktorde. Dit document biedt een inkijkje in de bestuurlijke geschiedenis van de Amsterdamse markten (waarschijnlijk jaren '30 of vroege jaren '40). Het Waterlooplein wordt hier specifiek genoemd als een plek met een eigen dynamiek waar uitzonderingen op de algemene regels nodig zijn. De vergelijking met Den Haag toont aan dat er destijds actief naar het beleid van andere grote steden werd gekeken om het eigen marktreglement vorm te geven. Het debat over de 'overdracht van plaatsen' is historisch interessant omdat standplaatsen vaak een belangrijke bron van familie-inkomsten waren en de erfelijkheid of overdraagbaarheid ervan cruciaal was voor de sociale zekerheid van de marktkooplieden.