Getypt document (mogelijk een intern memorandum of beleidsvoorstel).
Origineel
Getypt document (mogelijk een intern memorandum of beleidsvoorstel). 1. Een verplichting om minstens drie dagen per week een marktplaats op een dagmarkt te bezetten, doch niet tot drie uur maar tot vijf uur.
2. De vaste plaatsen, die vaste plaatshouders van het Waterlooplein en de Nieuwmarkt op de andere markten bezitten, behooren te worden ingetrokken en ter beschikking te worden gesteld van werkelijke rechthebbende distribuanten.
3. Onherroepelijk worden de plaatsen van steuntrekkers na drie maanden steun in het tijdsverloop van 1 jaar ingetrokken en toegewezen aan de werkelijke marktbouwers.
4. Compagnonschappen, doch geregistreerd bij Marktwezen, worden in het belang der goederentoevoer en aantrekkelijkheid der markten bevorderd.
5. Door ouders opgebouwde marktzaken kunnen aan kinderen, die minstens tien jaren onafgebroken hun ouders op de marktplaats behulpzaam zijn geweest en geregistreerd zijn bij Marktwezen, worden overgedaan zoodat zij op die plaatsen mede de vruchten kunnen plukken van hetgeen door de ouders met het kind is opgebouwd.
6. Dezelfde faciliteiten onder dezelfde voorwaarden als onder 5 genoemd, behooren te worden toegepast op personeel en compagnons, die vaak met de plaatshouders en de marktplaatsen zijn samengegroeid en broodeloos zou worden door het verdwijnen van den patroon of compagnon.
7. De Uilenburgmarkt moet verdwijnen als zijnde in strijd met de grondgedachte van het Nederlandsche Volk. De godsdienstige overwegingen der joden spelen geen rol meer, op welke gronden deze markt jaren terug bij de wet werd geregeld. (wijziging Zondagswet). Deze markt kan 's Zaterdags gehouden worden op het Waterlooplein en omgeving met de kooplieden als aanvulling, genoemd onder sub 2 die van de overige markten verdwenen zijn. Op Israeliëtische feestdagen wordt deze markt de laatste jaren eveneens gehouden, in tegenstelling met een twaalf jaar terug, zoodat het op de sabbath evenmin bezwaarlijk kan zijn, dat de kooplieden van Uilenburg die toch in hoofdzaak tevens Waterlooplein kooplieden zijn, haar Zaterdag bezetten.
8. Elke vaste plaatshouder op een dagmarkt kan tevens vaste plaatshouder zijn op een weekmarkt. Het karakteristieke Amstelveld met zijn standwerkers en beesten, de Noordermarkt met haar schilderachtige omgeving, op Maandag gestoffeerd met uitdragerijen. Dergelijke markten moeten behouden blijven.
9. Verboden wordt, dat een koopman zeven dagen per week kan markten, zooals thans het geval is, bijv. Maandag t.e.m. Vrijdag op het Waterlooplein, 's Zaterdags in de Dapperstraat of Sumatrastraat en 's Zondags op Uilenburg, hetgeen mogelijk is, zoolang deze markt niet verdwenen is. Het is bovendien oneerlijk tegenover de winkeliers, die wel gebonden zijn door de winkelsluitingswet.
10. Opheffing der markt in de Sumatrastraat en bijvoeging bij de dagmarkt in de Dapperstraat. Een groote, bloeiende markt is belangrijker dan versnipperde markten in Oost, terwijl de ruimte vrij is op de Dapperstraatmarkt.
11. Vroegere beëindiging der markten op Zaterdagavond.
12. Voorkeurskaarthouders worden Zaterdags een plaats toegewezen naar ouderdomsrecht, waarbij het aantal marktdagen, dat door hen in dezelfde week op de markt is doorgebracht, mede het plaatstoewijzingsrecht beïnvloedt. Dit document bevat twaalf punten die gericht zijn op de herinrichting van de Amsterdamse markthandel. De toon is zakelijk-bestuurlijk, maar met een scherpe ideologische inslag.
- Professionalisering en Efficiëntie: De punten 1, 3, 4, 10 en 12 richten zich op de regulering van de markt: verplichte aanwezigheidstijden, het weren van werklozen ("steuntrekkers") ten gunste van beroepshandelaren, en het samenvoegen van kleinere markten voor een betere economische levensvatbaarheid.
- Continuïteit: Punten 5 en 6 regelen de erfopvolging binnen marktzaken voor kinderen en langdurig personeel, wat wijst op een wens om gevestigde familiebedrijven te behouden.
- Concurrentiepositie: Punt 9 stelt een verbod in op zeven dagen per week werken, deels om de markthandel te reguleren en deels om oneerlijke concurrentie met fysieke winkels (die aan de sluitingswet gebonden zijn) tegen te gaan.
- Discriminatie en Uitsluiting: Het meest opvallende onderdeel is punt 7, samen met punt 2. Hier wordt expliciet opgeroepen tot het opheffen van de Joodse Uilenburgmarkt en het intrekken van marktplaatsen van handelaren van de Nieuwmarkt en het Waterlooplein (historisch de kern van de Joodse markthandel). Het document dateert vrijwel zeker uit de beginjaren van de Duitse bezetting van Nederland (ca. 1941). De terminologie in punt 7 — "in strijd met de grondgedachte van het Nederlandsche Volk" en de afwijzing van "godsdienstige overwegingen der joden" — is typerend voor het nationaalsocialistische taalgebruik van die tijd.
Tijdens de bezetting werden Joodse Amsterdammers systematisch uit het openbare leven en de economie verdrongen. De markten op het Waterlooplein, de Nieuwmarkt en de Uilenburgstraat waren centrale plekken voor Joodse handelaren. In 1941 werden diverse maatregelen ingevoerd om hun bewegingsvrijheid en broodwinning in te perken. Dit document lijkt een voorstel te zijn om de markthandel te "saneren" door Joodse handelaren hun vergunningen af te nemen en hun specifieke markten op te heffen, onder het mom van economische rationalisatie en "volkse" principes. De handgeschreven markeringen suggereren dat dit document actief is gebruikt in een besluitvormingsproces door de gemeentelijke marktmeester of een verwante instantie.