Archiefdocument
Origineel
1939 (met betrekking tot het jaar 1938). [Stempel linksboven:] [onleesbaar]
[Bovenaan gecentreerd:] Nº 5/37/ M. 1939
J a a r v e r s l a g
van den Dienst van het Marktwezen over het jaar 1938.
I. Algemeene Opmerkingen.
Verordeningen en reglementen.
Op 1 Juni trad een wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van markt-, standplaats- en ventgelden in werking, waarbij de heffing van het ventgeld per kalendermaand werd vervangen door een heffing per boekjaar; een en ander had een vereenvoudiging van de administratie tot gevolg, waardoor het ventgeld kon worden verlaagd. (Gem.blad 1938, afd.3, Volgno.31)
Op 1 December trad een gewijzigde Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden in werking (Gem.blad 1938, afd.3, Volgno.105); de verordening op de invordering van markt-, standplaats- en ventgelden werd ingetrokken en opgenomen in de Verordening op de heffing; op dien datum werd een nieuwe belasting ingevoerd, het zgn. "kramengeld", hetgeen verschuldigd is door personen, wien door Burgemeester en Wethouders krachtens de Algemeene Politie Verordening (welke daarvoor met een nieuw artikel werd aangevuld) vergunning is verleend, tot het innemen van als markt aangewezen openbaren Gemeentegrond buiten de markturen, met kramen, bestemd voor het uitstallen van goederen.
Met ingang van 1 April trad een gewijzigde "Bepaling van de grenzen, waarbinnen en uren waarop de markten worden gehouden" in werking (Gemeenteblad 1938, afd.3, Volgno.52).
Met ingang van 19 Januari werd de Verordening op den Dienst Marktwezen aangevuld met een verbod van verkoop van honden en katten op de markten. (Gemeenteblad 1938, afd.3, Volgno.11).
Het Reglement op de Markten werd met ingang van 1 Augustus aangevuld met een bepaling, regelende de reinheid op de markten: in samenwerking met den dienst der Stadsreiniging werden terzake op de markten Albert Cuypstraat en Ten Katestraat als proef enkele maatregelen genomen, die, wanneer zij slagen, op alle markten zullen worden ingevoerd (Gem.blad, afd 3, Volgno.80); met ingang van 1 December werd het Reglement met enkele artikelen, verband houdende met de op dien datum ingevoerde kramenbelasting, aangevuld (Gemeenteblad 1938, afd.3, Volgno.107).
Het Reglement op de markten werd verder in den loop van het verslagjaar op eenige ondergeschikte punten gewijzigd (Gemeenteblad 1938, afd.3, Volgno.'s 28 en 54).
Eenige artikelen van het Reglement op de Centrale Markt werden gewijzigd of aangevuld (Gemeenteblad 1938, afd.3, Volgno's 4 en 50).
In het Reglement op den afslag in de gemeentevischhal op de Vischmarkt werden met ingang van 10 October eenige artikelen gewijzigd, daar het wenschelijk bleek de zgn. "uitvoerbewijzen", die op die markt in gebruik waren, te doen vervallen. (Gemeenteblad 1938, afd.3, Volgno.103).
Met ingang van 1 October werd deze bepaling nogmaals gewijzigd, waardoor het mogelijk werd de Vischmarkt ook op Maandag te houden. (Gem.bl.1938 afd.3. volgno.99) Dit document is een verslaglegging van administratieve en reglementaire wijzigingen binnen de Amsterdamse markten in het jaar 1938. De belangrijkste punten zijn:
- Administratieve Vereenvoudiging: Ventgeld wordt voortaan per boekjaar in plaats van per maand geheven, wat leidde tot lagere kosten en minder administratie.
- Nieuwe Belasting: Introductie van het "kramengeld" op 1 december 1938 voor het gebruik van openbare grond buiten de officiële markturen.
- Verboden: Een expliciet verbod op de verkoop van honden en katten op markten vanaf januari 1938.
- Hygiëne: Proefprojecten voor verbeterde reinheid op de Albert Cuypmarkt en de Ten Katemarkt in samenwerking met de Stadsreiniging.
- Vischmarkt: Afschaffing van "uitvoerbewijzen" en de introductie van de maandag als marktdag voor de vismarkt.
Het document toont een overheid die actief bezig is met het reguleren, moderniseren en fiscaliseren van de publieke marktruimte in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Dienst van het Marktwezen was (en is) een belangrijk onderdeel van het Amsterdamse stadsbestuur. In de jaren 30 was Amsterdam een bruisend handelscentrum met talrijke buurtmarkten en centrale markten. De wijzigingen in de verordeningen, zoals vermeld in dit verslag van 1938, weerspiegelen een trend naar centralisatie en een meer zakelijke aanpak van het marktbeheer.
De vermelding van de Albert Cuypstraat en de Ten Katestraat is significant; dit waren toen al iconische Amsterdamse markten. De focus op "reinheid" wijst op groeiende zorgen over publieke hygiëne in dichtbevolkte stadswijken. De introductie van het "kramengeld" laat zien dat de gemeente zocht naar manieren om inkomsten te genereren uit het gebruik van de openbare ruimte, zelfs buiten de reguliere markttijden.
De datum van het verslag, begin 1939, plaatst het vlak voor de Duitse bezetting van Nederland. Dit document legt dus de status quo van de Amsterdamse markten vast aan het einde van het interbellum. De verwijzingen naar het 'Gemeenteblad' dienen als officiële bronvermeldingen voor de wettelijke wijzigingen. I. Algemeene Marktwezen Politie