Officieel schrijven / kennisgeving van strafoplegging.
Origineel
Officieel schrijven / kennisgeving van strafoplegging. 2 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer A. Elzas, J.D. Meyerplein 19 II, Amsterdam-Centrum. [Linksboven, getypt:] 27/43/2 M
[Bovenaan midden, handgeschreven:] Verzonden 2/7
[Rechtsboven, handgeschreven:] l. de beer
[Rechtsboven, getypt:] G.
2 Juli 1940
den Heer A. Elzas,
J.D. Meyerplein 19 II,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
My is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 22 Juni
jl., ondanks de U gegeven waarschuwing, niet tydig - dat
wil zeggen om 9 uur n.m. - met Uw goederen de markt aan
de Ten Katestraat had verlaten.
In verband met dit feit heb ik U, overeenkom-
stig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement
op de Markten, voorwaardelyk gestraft met ontneming van
het recht om op de markten hier ter stede een plaats in
te nemen en wel voor den tyd van één dag. Deze straf zal
ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar
na datondezes andermaal aan een laakbare handeling op
een der markten hier ter stede schuldig maakt, onvermin-
derd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden
gesteld.
De Directeur, De brief is een formele berisping en voorwaardelijke strafoplegging aan een marktkopman, de heer A. Elzas. Uit de tekst blijkt dat de heer Elzas op zaterdag 22 juni 1940 de markt aan de Ten Katestraat niet op tijd (vóór 21:00 uur) had verlaten met zijn goederen, ondanks een eerdere waarschuwing.
Op basis van artikel 39 lid 1 van het Marktreglement krijgt hij een voorwaardelijke straf: een ontzegging van het recht om op de Amsterdamse markten te staan voor de duur van één dag. Deze straf wordt pas effectief als hij binnen een jaar na dagtekening (de proeftijd) opnieuw een overtreding begaat op een van de markten in de stad. De brief is ondertekend namens "De Directeur", wat duidt op de directeur van de gemeentelijke marktdienst. Het document dateert van 2 juli 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de brief een strikt administratieve en tuchtrechtelijke aard heeft wat betreft marktordening, is de achtergrond van de ontvanger historisch relevant.
De heer A. Elzas woonde aan het Jonas Daniël Meijerplein, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam in de ambulante handel en op markten zoals die in de Ten Katestraat. In de loop van de bezetting zouden Joodse marktkooplieden te maken krijgen met steeds strengere beperkingen, uitsluiting en uiteindelijk vervolging. Hoewel deze specifieke straf gebaseerd is op een algemeen marktreglement, past de nauwgezette bureaucratische vastlegging van dergelijke lichte overtredingen in de context van de toenemende druk op de Joodse bevolking in Amsterdam in 1940. A. Elzas J.D. Meyerplein Marktwezen