Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 104
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekbrief

8 december 1940 Van: Joh. (Johannes) van Andel

Origineel

Handgeschreven verzoekbrief 8 december 1940 Joh. (Johannes) van Andel A. dam 8-12-40

Mijnheer m. i. Gusp.

Ondergetekende verzoekt
beleefd, toestemming
om op de Markt
Westerstraat, bijge-
staan te worden door
zijn dochter Jansje van
Andel

Hoogachtend

Joh. van Andel
Ruisdaelkade 167$^I$
A-dam

33 De brief is een formeel verzoek van Johannes van Andel aan een functionaris (mogelijk een marktmeester of inspecteur, aangeduid met de afkorting na "Mijnheer"). De schrijver vraagt toestemming om hulp te krijgen van zijn dochter, Jansje van Andel, bij zijn werkzaamheden op de markt in de Westerstraat.

Het handschrift is een vlot, enigszins archaïsch cursief dat typerend is voor het midden van de 20e eeuw. De taal is formeel en hoffelijk ("Ondergetekende verzoekt beleefd", "Hoogachtend"). Het adres Ruisdaelkade 167 I geeft aan dat de afzender op de eerste verdieping woonde. De aanduiding "33" in de rechterbenedenhoek is waarschijnlijk een administratief volgnummer dat door de ontvangende instantie is toegevoegd. Dit document dateert van december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd waren markten in Amsterdam streng gereguleerd door de gemeente. Voor elke wijziging in de personele bezetting van een marktkraam, zelfs als het om een familielid ging, moest officieel toestemming worden gevraagd aan de marktmeester of de afdeling Marktwezen.

De Westerstraatmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Dergelijke archiefstukken bieden een inkijkje in het dagelijkse leven en de bureaucratie rondom kleinschalige handel in oorlogstijd, waarbij de mobiliteit en inzetbaarheid van familieleden cruciaal waren voor het familie-inkomen. Marktwezen

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van Johannes van Andel aan een functionaris (mogelijk een marktmeester of inspecteur, aangeduid met de afkorting na "Mijnheer"). De schrijver vraagt toestemming om hulp te krijgen van zijn dochter, Jansje van Andel, bij zijn werkzaamheden op de markt in de Westerstraat.

Het handschrift is een vlot, enigszins archaïsch cursief dat typerend is voor het midden van de 20e eeuw. De taal is formeel en hoffelijk ("Ondergetekende verzoekt beleefd", "Hoogachtend"). Het adres Ruisdaelkade 167 I geeft aan dat de afzender op de eerste verdieping woonde. De aanduiding "33" in de rechterbenedenhoek is waarschijnlijk een administratief volgnummer dat door de ontvangende instantie is toegevoegd.

Historische Context

Dit document dateert van december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd waren markten in Amsterdam streng gereguleerd door de gemeente. Voor elke wijziging in de personele bezetting van een marktkraam, zelfs als het om een familielid ging, moest officieel toestemming worden gevraagd aan de marktmeester of de afdeling Marktwezen.

De Westerstraatmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Dergelijke archiefstukken bieden een inkijkje in het dagelijkse leven en de bureaucratie rondom kleinschalige handel in oorlogstijd, waarbij de mobiliteit en inzetbaarheid van familieleden cruciaal waren voor het familie-inkomen.

Locaties

Westerstraat

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6