Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 147
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstnota / Ambtelijk schrijven

15 januari 1940

Origineel

Dienstnota / Ambtelijk schrijven 15 januari 1940 no 33/10/1 m 1940 40/7 Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Westermarkt alhier.

Tegen het verzoek van plek No 53 J Malleman
om eenige tijd uitstel tot het bezoeken
der markt, bestaat mij geen bezwaar,
mits het marktgeld op tijd wordt voldaan.
Mij lijkt het echter gewenscht, dat Malleman
bij ontslag uit zijn werkzaamheden zijn
ontslagbrief aan Marktwezen toont.
Omreden hij toch al een slechte markt-
bezoeker was.

15-1-1940 [Handtekening: v.d. Werff] De nota is een intern advies aan de Inspecteur van het Marktwezen. De kern van het document is de instemming met een verzoek tot tijdelijke afwezigheid van een marktkramer, de heer J. Malleman, die standplaats nummer 53 op de Westermarkt bezette. De functionaris stelt twee voorwaarden:
1. Financieel: Het marktgeld (de pacht) moet tijdig betaald blijven worden.
2. Administratief: Malleman moet bewijs overleggen van ontslag bij zijn andere werkzaamheden.

De opsteller van de nota voegt een kritische noot toe door Malleman te typeren als een "slechte marktbezoeker". Dit duidt erop dat de betrokkene reeds een reputatie had van onregelmatige aanwezigheid, wat in die tijd streng werd gecontroleerd om de levendigheid en inkomsten van de markt te garanderen. Dit document stamt uit januari 1940, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor de Duitse inval in mei 1940. De Westermarkt in Amsterdam was (en is) een centrale handelsplaats. De bureaucratische toon en de strikte voorwaarden voor standplaatshouders zijn kenmerkend voor de gemeentelijke marktinspectie in die tijd. Standplaatshouders die elders werk vonden of persoonlijke omstandigheden hadden, moesten officiële toestemming vragen om hun plek te mogen behouden zonder fysiek aanwezig te zijn. De eis voor een "ontslagbrief" suggereert dat Malleman mogelijk tijdelijk elders werk had aangenomen (wellicht in de werkverschaffing of defensie-gerelateerd) en dat de inspectie zekerheid wilde over zijn terugkeer naar de markt als volledige dagtaak.

Samenvatting

De nota is een intern advies aan de Inspecteur van het Marktwezen. De kern van het document is de instemming met een verzoek tot tijdelijke afwezigheid van een marktkramer, de heer J. Malleman, die standplaats nummer 53 op de Westermarkt bezette. De functionaris stelt twee voorwaarden:
1. Financieel: Het marktgeld (de pacht) moet tijdig betaald blijven worden.
2. Administratief: Malleman moet bewijs overleggen van ontslag bij zijn andere werkzaamheden.

De opsteller van de nota voegt een kritische noot toe door Malleman te typeren als een "slechte marktbezoeker". Dit duidt erop dat de betrokkene reeds een reputatie had van onregelmatige aanwezigheid, wat in die tijd streng werd gecontroleerd om de levendigheid en inkomsten van de markt te garanderen.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1940, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor de Duitse inval in mei 1940. De Westermarkt in Amsterdam was (en is) een centrale handelsplaats. De bureaucratische toon en de strikte voorwaarden voor standplaatshouders zijn kenmerkend voor de gemeentelijke marktinspectie in die tijd. Standplaatshouders die elders werk vonden of persoonlijke omstandigheden hadden, moesten officiële toestemming vragen om hun plek te mogen behouden zonder fysiek aanwezig te zijn. De eis voor een "ontslagbrief" suggereert dat Malleman mogelijk tijdelijk elders werk had aangenomen (wellicht in de werkverschaffing of defensie-gerelateerd) en dat de inspectie zekerheid wilde over zijn terugkeer naar de markt als volledige dagtaak.

Locaties

Amsterdam (betreft de Westermarkt)

Gerelateerde Documenten 6