Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (Bijblad).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (Bijblad). [Bovenaan links in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33 / 18 / 1 , 1940
DOORGEZONDEN: 20/1 - '40
[Rechtsboven, handgeschreven:]
H. Wolff 928
advies
22-1-'40
de Heer
[Hoofdtekst, handgeschreven:]
Aan Marktman die tijdelijk tewerk gesteld is bij het Rijkskleedingmagazijn kan m.i. voorlopig voor den tijd van drie maanden worden toegestaan zijn plaats op de markt Westerstraat niet in te nemen mits hij zorg draagt, dat het ook tijdens zijn afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
[Rechtsonder, handgeschreven:]
31-1-'40
de Heer [onderstreept]
[Onderaan midden, in rood potlood:]
1 33/18/2 M
3/2/40
WG
[Linksonder in de kantlijn:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een ambtelijk advies, waarschijnlijk geschreven door een functionaris genaamd H. Wolff, gericht aan "de Heer" (mogelijk de marktmeester of een hogere ambtenaar van de afdeling Algemene Zaken). Het gaat om een marktkoopman die vanwege de toenmalige oorlogsdreiging en mobilisatie tijdelijk werk verricht in het Rijkskleedingmagazijn.
De kern van het advies is een coulanceregeling: de man mag zijn vaste staanplaats op de Westerstraatmarkt in Amsterdam drie maanden onbezet laten zonder deze te verliezen, mits hij de financiële verplichtingen (het marktgeld) blijft nakomen. Dit toont aan hoe de lokale overheid in 1940 probeerde om te gaan met de personele tekorten en verschuivingen veroorzaakt door de militaire noden van de staat. De datering (januari 1940) plaatst dit document in de periode van de Mobilisatie in Nederland (september 1939 – mei 1940). Het Rijkskleedingmagazijn was in die tijd van cruciaal belang voor de bevoorrading van het Nederlandse leger met uniformen en uitrusting. De Westerstraat is een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan.
De administratieve sporen op het document (verschillende data, dossiernummers in rood potlood zoals 33/18/2) laten de gang van zaken door de ambtelijke molen zien, van de initiële ingekomen post op 20 januari tot de uiteindelijke afhandeling of archivering begin februari 1940.