Administratief bijblad/interne notitie van de gemeente (mogelijk Amsterdam, gezien de vermelding van de Westerstraat).
Origineel
Administratief bijblad/interne notitie van de gemeente (mogelijk Amsterdam, gezien de vermelding van de Westerstraat). [Gedrukt kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/27/1 1940
DOORGEZONDEN: 13/2 - '40.
[Handgeschreven tekst bovenin]
33/27/2 M 17/2/40 [paraaf] 998
Naar aanl. v. Uw briefkaart d. d. 12 dezer
deel ik U mede, dat Uw verzoek niet
voor inwilliging in aanmerking Westerstraat
kan komen. Indien het achterstallige marktgeld niet
vóór 19 feb as wordt betaald, wordt Uw plaats op de markt
Westerstr. ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen v. h. Reglement op de Markten.
[Middelste sectie]
Het verzoek van Mej. Roos-Taal
om haar tot den zomer vrijstelling
van het innemen van haar plaats op
de markt Westerstraat te verleenen
en tevens haar vrij te stellen van
het betalen van marktgeld, kan
m. i. niet worden ingewilligd.
~~Plaats moet anders worden ing-~~
~~trokken~~
[Onderste sectie]
dat Mej. Roos-Taal is gewaarschuwd
dat zij vóór 19 febr. a. s. haar marktgeld
moet betalen, daar anders plaats wordt
ingetrokken.
14-2-40 [paraaf]
[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: De afwijzing van een verzoek om tijdelijke ontheffing van marktplanning en betalingsverplichting.
* Kernboodschap: Mej. Roos-Taal heeft verzocht om haar standplaats op de Westerstraat tot de zomer niet te hoeven gebruiken én om in die periode geen marktgeld te hoeven betalen. De ambtenaar wijst dit verzoek af ("kan m.i. niet worden ingewilligd").
* Sanctie: Er is sprake van achterstallig marktgeld. Indien dit niet vóór 19 februari 1940 is voldaan, zal de vergunning voor de standplaats worden ingetrokken conform het marktreglement.
* Administratieve proces: Het document toont de interne afhandeling: van het binnenkomen van een briefkaart (12 feb), naar een interne notitie (14 feb), tot de uiteindelijke besluitvorming/verzending (17 feb). Dit document stamt uit februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Westerstraat in de Amsterdamse Jordaan was (en is) een belangrijke marktlocatie. In deze periode heerste er grote economische onzekerheid. Het feit dat een marktkoopvrouw vraagt om vrijstelling tot de zomer, duidt mogelijk op persoonlijke of financiële nood.
De strikte houding van de marktmeester of de betreffende afdeling Algemene Zaken weerspiegelt de bureaucratische handhaving van die tijd: regels omtrent het "marktgeld" (de huur voor de standplaats) waren onverbiddelijk. Het niet-gebruiken van een schaarse marktplaats werd niet getolereerd, omdat de gemeente inkomsten misliep en de marktbezetting optimaal wilde houden. De naam "Roos-Taal" zou in genealogische bronnen verder onderzocht kunnen worden om te bepalen of zij deel uitmaakte van de Joodse gemeenschap, die destijds sterk vertegenwoordigd was op de Amsterdamse markten en die in deze periode al te maken had met toenemende restricties en economische druk.