Handgeschreven brief/briefkaart.
Origineel
Handgeschreven brief/briefkaart. 4 april (verzonden), 6 april 1940 (ontvangen/gestempeld). L. Mol, Sint Antoniesbreestraat 11-II, Amsterdam. Vermoedelijk de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. [Rechtsboven:] A’dam, 4 april. [In ander handschrift:] ni Insp.
[Linksboven:] M.H.
[Inhoud:]
Tot mijn verwondering ontving
ik heden een „groene kaart” voor
de Westerstraat.
Ik maak U attent dat ik deze
markt regelmatig bezoek en dat Uw
aanschrijving op een abuis zal berusten.
[Afsluiting:]
Hoogachtend,
L. Mol.
[Afzendergegevens:]
Afz. L. Mol
St Antoniesbreestr. 11 II
[Stempel onderaan:]
№ 33/42/1 M. 1940 6/4
33 In dit schrijven maakt de heer (of mevrouw) L. Mol bezwaar tegen een ontvangen "groene kaart" voor de markt op de Westerstraat. Binnen de administratie van het Amsterdamse Marktwezen was een groene kaart doorgaans een waarschuwing of een officiële constatering van afwezigheid.
De afzender protesteert hiertegen door te stellen dat zij de markt wel degelijk regelmatig bezoeken en dat de administratie van de marktmeester op een vergissing ("abuis") moet berusten. De brief is een poging om de marktvergunning of de opgebouwde rechten op een vaste staanplaats te beschermen. De paarse stempel onderaan geeft aan dat het document op 6 april 1940 administratief is verwerkt onder dossiernummer 33/42/1. Het document dateert van net voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De context van de Amsterdamse markthandel in deze periode is cruciaal. De afzender woonde in de Sint Antoniesbreestraat, wat destijds het hart van de Joodse buurt in Amsterdam was. Zeer veel marktkramers in Amsterdam waren van Joodse afkomst.
Hoewel dit op het oog een routineuze administratieve correspondentie lijkt over marktaanwezigheid, maken dergelijke documenten vaak deel uit van de archieven van het Marktwezen die later door de bezetter werden gebruikt om Joodse handelaren te registreren en uiteindelijk van de markten te weren. De Westerstraatmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De strijd om het behoud van een staanplaats was voor velen een strijd om hun directe levensonderhoud. L. Mol Marktwezen