Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). J. Kopee, Lepelstraat 7/I, Amsterdam C. (Pagina 1)
ik sedert vele jaren reeds prompt
iedere week mijn plaats aan de
Westerstraat heb bezet.
Eerst de laatste maanden
echter heb ik in verband met
den bijzonderen toestand niet
voldoende goederen kunnen
inkoopen om daarmede iederen
Maandag mijn plaats te kunnen
innemen. Door deze omstandig-
heid, dus door schaarste aan
goederen, ben ik toen genood-
zaakt geworden mijn plaats
om de week te bezetten.
Ik bezet mijn plaats
dus in ieder geval regelmatig,
doch steeds om de week.
Zoodra echter de toestand
zich dermate wijzigt, dat ik
wederom een behoorlijke voorraad
(Pagina 2)
goederen kan inkoopen, zal ik
onmiddellijk mijn plaats weer
iedere week bezetten.
Ik verzoek U derhalve
beleefd te willen toestaan dat
ik voorloopig, zoolang er een
dergelijke schaarste aan
textielgoederen is, mijn plaats
regelmatig om de week bezet.
U bij voorbaat beleefd
dankend voor Uw medewerking
in deze voor ons zoo moeilijken
tijd, teeken ik,
Met de meeste Hoogachting
Uw dw.
J. Kopee.
Lepelstraat 7/I
A’dam. C. * Inhoud: De schrijver, J. Kopee, wendt zich tot een autoriteit (waarschijnlijk de marktmeester of de gemeente) om uit te leggen waarom hij zijn vaste staanplaats op de Westerstraatmarkt niet meer wekelijks inneemt. Hij voert de "bijzonderen toestand" en de schaarste aan textielgoederen aan als reden. Hij verzoekt formeel om toestemming om de plaats voorlopig "om de week" (eens per veertien dagen) te mogen bezetten totdat de bevoorrading herstelt.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst beleefd en formeel ("verzoek U derhalve beleefd", "U bij voorbaat beleefd dankend"). De spelling is conform de toenmalige norm (bijv. "inkoopen", "schaarschte", "moeilijken tijd").
* Fysieke kenmerken: Het is geschreven op gelinieerd papier in een regelmatig, goed leesbaar handschrift (Latijns cursief). Dit document biedt een inkijkje in de economische ontwrichting tijdens de oorlogsjaren in Amsterdam. De Westerstraatmarkt was (en is) een bekende textielmarkt (de 'lapjesmarkt'). Door de Duitse bezetting ontstonden er grote tekorten aan grondstoffen en textiel, waardoor handelaren hun voorraden niet meer konden aanvullen. De "moeilijken tijd" waar de schrijver naar verwijst, is een eufemisme voor de bezettingsperiode.
De adresvermelding is saillant: de Lepelstraat lag in de Amsterdamse Jodenbuurt (nabij het Waterlooplein). Veel marktkooplieden in Amsterdam waren van Joodse afkomst, wat in de context van de periode waarin dit geschreven is, een extra laag van tragiek en urgentie aan het verzoek geeft, aangezien zij te maken kregen met steeds strengere beperkingen en uiteindelijk deportaties. J. Kopee