Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 289
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift.

22 juli 1940. Van: F. J. Duijst. Aan: De Heer Inspecteur (waarschijnlijk van het Amsterdamse Marktwezen). Dossier: 33/65/1

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift. 22 juli 1940. F. J. Duijst. De Heer Inspecteur (waarschijnlijk van het Amsterdamse Marktwezen). 22-7-40

Den Heer Inspecteur.

Ondergetekende F. J. Duijst
($\pm$ 3 maanden.)
Verzoekt beleefd vrijstelling tot het
bezetten van zijn marktplaatsen van
Westerstraat en Lindengracht.
Zijn artikel is haring en is momenteel niet verkrijgbaar

Nº 33/65/1 M. 1940 22/7 Hoogacht.
[Handtekening] F. J. Duijst In deze korte brief verzoekt marktkoopman F. J. Duijst om een ontheffing van de bezettingsplicht voor zijn marktstallen. Normaal gesproken waren marktkooplui verplicht hun toegewezen plekken in te nemen om hun vergunning niet te verliezen. De brief is zakelijk en direct: de afzender geeft aan dat hij voor een periode van ongeveer drie maanden vrijstelling nodig heeft omdat zijn handelswaar, haring, op dat moment niet leverbaar is. De vermelding van de Westerstraat en de Lindengracht plaatst de situatie direct in het hart van de Amsterdamse Jordaan. De ambtelijke stempel onderaan bewijst dat de aanvraag officieel is geregistreerd door de betreffende instantie. De datum van het document, 22 juli 1940, is zeer relevant. Nederland was op dat moment twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De oorlogstoestand op de Noordzee zorgde voor grote problemen voor de Nederlandse visserij; veel vissersschepen waren gevorderd, havens waren gesloten of streng bewaakt, en mijnenvelden maakten het uitvaren gevaarlijk. Dit leidde tot acute tekorten aan vis, waaronder haring. Dit document is een tastbaar bewijs van hoe de vroege oorlogsjaren direct invloed hadden op de dagelijkse economie en de voedselvoorziening in de Amsterdamse volksbuurten. De marktmeester moest dergelijke verzoeken beoordelen om te voorkomen dat de marktplaatsen definitief leeg zouden blijven of dat kooplui hun broodwinning onterecht zouden verliezen door overmacht. J. Duijst Marktwezen

Samenvatting

In deze korte brief verzoekt marktkoopman F. J. Duijst om een ontheffing van de bezettingsplicht voor zijn marktstallen. Normaal gesproken waren marktkooplui verplicht hun toegewezen plekken in te nemen om hun vergunning niet te verliezen. De brief is zakelijk en direct: de afzender geeft aan dat hij voor een periode van ongeveer drie maanden vrijstelling nodig heeft omdat zijn handelswaar, haring, op dat moment niet leverbaar is. De vermelding van de Westerstraat en de Lindengracht plaatst de situatie direct in het hart van de Amsterdamse Jordaan. De ambtelijke stempel onderaan bewijst dat de aanvraag officieel is geregistreerd door de betreffende instantie.

Historische Context

De datum van het document, 22 juli 1940, is zeer relevant. Nederland was op dat moment twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De oorlogstoestand op de Noordzee zorgde voor grote problemen voor de Nederlandse visserij; veel vissersschepen waren gevorderd, havens waren gesloten of streng bewaakt, en mijnenvelden maakten het uitvaren gevaarlijk. Dit leidde tot acute tekorten aan vis, waaronder haring. Dit document is een tastbaar bewijs van hoe de vroege oorlogsjaren direct invloed hadden op de dagelijkse economie en de voedselvoorziening in de Amsterdamse volksbuurten. De marktmeester moest dergelijke verzoeken beoordelen om te voorkomen dat de marktplaatsen definitief leeg zouden blijven of dat kooplui hun broodwinning onterecht zouden verliezen door overmacht.

Genoemde Personen 1

Locaties

Lindengracht Westerstraat

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Haring Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6