In deze brief wordt een administratieve wijziging bevestigd betreffende een marktvergunning op de Westerstraatmarkt in Amsterdam. De heer M. Werkendam krijgt toestemming om zich voortaan te laten bijstaan door een zekere Mevrouw IJdinger. Opvallend is de tekst "- niet vervangen -", wat duidt op een formeel onderscheid tussen het tijdelijk laten bijstaan door iemand en het permanent overdragen of vervangen van de vergunninghouder. De toestemming is verleend "tot wederopzegging", wat betekent dat de instantie het recht behoudt deze beslissing op elk moment te herroepen.
Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1940). De geadresseerde, Meyer Werkendam (1898), was een Joodse marktkoopman die met zijn gezin in de President Steynstraat woonde, in het hart van de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Deze buurt was destijds een overwegend Joodse wijk. Dergelijke administratieve stukken over marktvergunningen zijn van historisch belang omdat ze de bureaucratische greep op het dagelijks leven van Joodse burgers tonen. Kort na deze brief zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de bewegingsvrijheid en economische zelfstandigheid van Joodse marktkooplieden systematisch gaan vernietigen. Meyer Werkendam werd in 1942 gedeporteerd en is in september van dat jaar in Auschwitz vermoord.