Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 18 augustus 1940. B. Appel, woonachtig aan de Rijnstraat 4 (1-hoog), Amsterdam (Zuid). Amsterda[m] 18 Aug 1940
Wel Ed Heer Directeur
Mijn Heer hier mede
vraag ik u beleefd een korte
tijd uitstel om mijn plaats
op maandag op de Westerstraat
te bezetten om reden er op het
oogenblik geen wollen goederen
voorradig zijn en ook met
Vitrage niet mag worden uit gegaan
hopende van u een gunstig antwoord
van u te mogen ontvangen verblijf ik
met de meeste achting
B. Appel
Rijnstraat 4 1-h
Amsterdam (Zuid) * Inhoud: De afzender, B. Appel, verzoekt de directeur van de markt om uitstel voor het innemen van zijn/haar vaste standplaats op de maandagmarkt in de Westerstraat.
* Reden van verzoek: Er zijn twee redenen: ten eerste is er een gebrek aan voorraad van wollen goederen. Ten tweede wordt er melding gemaakt dat er met vitrage (kant/gordijnstof) "niet mag worden uitgegaan" (niet mag worden uitgevent of verkocht), wat duidt op vroege oorlogsdistributieregels of een verbod op de verkoop van bepaalde textielwaren.
* Taal en toon: De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties ("Wel Ed Heer", "beleefd", "met de meeste achting").
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, modern cursief uit het midden van de 20e eeuw, over het algemeen goed leesbaar. De afkorting "1-h" staat voor "één hoog", duidend op de verdieping van de woning. * Historische periode: De brief dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Schaarste en distributie: De brief illustreert de directe gevolgen van de oorlog op de handel. Al zeer snel na de invasie ontstonden er tekorten aan grondstoffen zoals wol. De verwijzing naar het niet mogen verkopen van vitrage wijst op de vroege regelgeving rondom de distributie van textiel (het Textielbesluit).
* Locatie: De Westerstraat in de Jordaan is historisch bekend om de textielmarkt op maandag (de "lapjesmarkt"). De afzender woonde in de Rijnstraat in de Rivierenbuurt, een wijk die in 1940 een aanzienlijke Joodse populatie kende. Gegeven de achternaam en het beroep (marktkoopman) is het mogelijk dat de afzender van Joodse afkomst was, wat in de loop van de bezetting tot verdere beperkingen in de beroepsuitoefening zou leiden.