Administratieve kaart/notitie van de Gemeente Amsterdam (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratieve kaart/notitie van de Gemeente Amsterdam (Algemene Zaken Model No. 14). Augustus en september 1940. [Linksboven in kader]
BIJ BLAD VAN:
M. No. 33/70/1 1940
DOORGEZONDEN: 19/8-'40
[Midden boven]
basoel [?]
pl. 106 Westerstraat
[Rechtsboven]
618
Th. de Wolff
advies s v p [geparafeerd]
21/8-'40
[Linkerzijde, hoofdtekst]
~~afgedaan~~
Appel bij mij ontboden en hem medegedeeld, dat hij zijn plaats op de markt Westerstraat geregeld moet innemen, daar anders plaats wordt ingetrokken.
Th. Wolff
Kennisnemen.
[Paraaf] 4-9-'40
dekan [?]
[Rechtsmidden]
11-9-'40 oproepen
[Paraaf]
p 11/9 '40
[Middenonder]
org. [geparafeerd] 16/11 40
[Rechtsonder]
Het gevraagde verzoek om uitstel plaats bezetten, moet m.i. niet toegestaan worden.
22-8-'40 [Handtekening Th. de Wolff]
[Linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke notitie betreffende de handhaving van marktvergunningen in Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek van een marktkramer genaamd Appel voor uitstel van het bezetten van zijn standplaats (nummer 106) op de Westerstraat-markt.
Ambtenaar Th. de Wolff adviseert op 22 augustus 1940 negatief over dit verzoek ("moet m.i. niet toegestaan worden"). Vervolgens is Appel ontboden en officieel gewaarschuwd: hij moet zijn plaats "geregeld innemen", anders wordt de vergunning ingetrokken. De verschillende data en parafen tonen de bureaucratische afhandeling en opvolging van deze disciplinaire maatregel. Het doorhalen van het woord "afgedaan" suggereert dat de zaak na een eerdere afhandeling toch weer heropend of nader opgevolgd moest worden. Het document dateert van augustus/september 1940, de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het hier om een ogenschijnlijk routineuze administratieve kwestie gaat over marktbeheer, is de historische context van belang. In Amsterdam waren veel marktkramers van Joodse afkomst. In deze periode begon de bezetter met de eerste beperkende maatregelen, die uiteindelijk zouden leiden tot het verbod voor Joden om op openbare markten te staan (september 1941).
De strikte handhaving op de Westerstraat, een van de belangrijkste markten in de Jordaan, laat zien dat de gemeentelijke bureaucratie ook direct na de inval onverminderd bleef functioneren met een sterke nadruk op discipline en de correcte uitvoering van verordeningen. Het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op de aanwezigheid van kooplieden om te voorkomen dat schaarse standplaatsen onbenut bleven. M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen