Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 30 juli 1940. L. à Cathan, wonende aan het Waterlooplein 47 III, Amsterdam-Centrum. No. 33/70 A/M. 1940
~~No. 30/1771 M. 1940~~ AFSCHRIFT.
No. 23/4 L.M. 1940
30-7-1940.
Mijnheer,
Ik ondergeteekende L. à Cathan betrekt al meer dan 25 jaar 3 week
plaatsen en dat zijn Westerstraat, Waterlooploin en Nieuwe Uilenburgerstraat. En
des Maandags op de Westerstraat is mijn hoofddag. En daar de oorlog uitgebroken is
kon ik in geen 6 à 7 weken staan daar mijn vrouw overspannen was ~~van~~ de sirenes.
Ik heb van de Directeur een briefkaart gekregen, dat mijn plaats ingetrokken was
en geen waarschuwing dat ik mijn plaats bezetten moest. En daar ik een brief ge-
stuurd heb aan den Directeur met een bewijs van de dokter er in en een afwijzend
bericht ontvangen. Ik heeft de directeur opgebeld en die heeft mij naar de inspec-
teur gestuurd en van de inspecteur naar de marktmeester en zonder resultaat. En nu
staat iemand op mijn plaats die ik 25 jaar betrokken heeft. En die persoon die nu
op mijn plaats staat die had zelf een plaats op de derde markt. Mensen die 1 jaar
steun uitkeeren hadden en hun plaats een jaar zijn opgehouden en die zijn nu
weer hebben terug gekregen En waarom dat ik in geen zes weken heeft kunnen staan
wegens ziekte van mijn vrouw waarom krijg ik mijn plaats niet meer terug.
Hopende van U een gunstig antwoord te mogen ontvangen.
Bij voorbaat hartelijk dank.
teeken ik,
w.g. L. à Cathan,
Waterlooploin 47 III
Amsterdam-Centrum. * Inhoud: De schrijver beklaagt zich bij een autoriteit over het feit dat zijn vaste marktplaatsen op de Westermarkt, het Waterlooplein en de Nieuwe Uilenburgerstraat zijn ingetrokken. Hij voert aan dat hij al 25 jaar op deze plekken staat. De reden voor zijn tijdelijke afwezigheid (6 à 7 weken) was de medische toestand van zijn vrouw, die "overspannen" raakte door de sirenes bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940.
* Bureaucratische strijd: De brief illustreert de frustratie van de burger met de ambtelijke molen. De afzender is van het kastje naar de muur gestuurd (Directeur -> Inspecteur -> Marktmeester) zonder resultaat, ondanks het overleggen van een doktersbewijs.
* Taal en Vorm: De tekst bevat diverse taalfouten ("Ik heeft", "betrokken heeft") en inconsequente spelling ("Waterlooploin"). Dit suggereert dat de schrijver wellicht minder geschoold was of de brief in grote emotie heeft opgesteld. Het betreft een "afschrift", wat betekent dat een klerk het origineel heeft overgetikt voor administratieve doeleinden. * Historische periode: De brief is geschreven in de zomer van 1940, enkele maanden na de Duitse inval in Nederland. De verwijzing naar de "sirenes" die de vrouw overspannen maakten, duidt op de angst en onzekerheid tijdens de meidagen en de eerste maanden van de bezetting.
* Locatie en Identiteit: De markten op het Waterlooplein en de Nieuwe Uilenburgerstraat lagen in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam "à Cathan" (of a Cathan) is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. Het is zeer waarschijnlijk dat de afzender Joods was.
* Betekenis: Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone klacht over een vergunning lijkt, krijgt deze een wrange lading door de datum en de achtergrond van de schrijver. Terwijl À Cathan vecht voor zijn marktplaats, staat de Joodse bevolking van Amsterdam aan het begin van een periode van systematische uitsluiting en vervolging die kort na deze datum in alle hevigheid zou losbarsten.