Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 322
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

10 september 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Markten in Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 10 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Markten in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). extra

VP/HG.

33/70 A/2

~~24772~~ M.

1

10 September 1940.

Verzoek van L.a Cathan om
intrekking marktplaats Wester-
straat ongedaan te maken.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 2
Augustus jl. om advies ontvangen stuk no.23/4 L.M.1940 heb ik
de eer U te berichten, dat een aan adressant verleende vaste
plaats op de markt Westerstraat op 3 Juni jl. is ingetrokken
wegens het niet geregeld bezetten dier plaats, zulks overeen-
komstig artikel 11 sub a van het Reglement op de Markten. Ter-
wijl adressant, krachtens artikel 9 sub b van voornoemd Regle-
ment, ten minste drie dagen moet uitstallen op een weekmarkt,
gedurende het tijdvak, waarin die markt vier keer wordt ge-
houden, heeft hij gedurende de 22 weken, die aan de intrekking
van zijn marktplaats vooraf gingen, de markt Westerstraat
slechts zeven maal bezocht. De mededeeling van adressant, dat
de intrekking van zijn plaats zou zijn geschied, zonder dat
hij vooraf werd gewaarschuwd, is onjuist. Hij werd op 11 Janu-
ari en op 3 April 1940 gewaarschuwd, dat hij zijn plaats
regelmatig moest innemen. Aan deze waarschuwingen heeft hij
geen gevolg gegeven.

Ik heb de eer U te adviseeren den adressant te doen
berichten, dat zijn verzoek om andermaal in het bezit der
marktplaats Westerstraat te worden gesteld niet voor inwilli-
ging in aanmerking kan komen.

De Directeur,

--- Deze brief is een formeel ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van het document is de afwijzing van een bezwaarschrift van een marktkoopman genaamd L.a Cathan.

De argumentatie van de directeur is puur procedureel en gebaseerd op het 'Reglement op de Markten'. De marktkoopman is zijn vaste plek op de Westerstraat kwijtgeraakt omdat hij niet voldeed aan de aanwezigheidsplicht (minimaal 3 dagen per week). Uit de administratie blijkt dat hij in de 22 weken voor de intrekking slechts 7 keer aanwezig was. De directeur weerlegt bovendien de bewering van Cathan dat hij niet gewaarschuwd zou zijn, door specifieke data van eerdere waarschuwingen (11 januari en 3 april 1940) aan te voeren. Het advies aan de wethouder is dan ook om het verzoek tot herstel van de marktplaats af te wijzen.

--- De datum van de brief, 10 september 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een strikt zakelijke, administratieve toon heeft over marktreglementen, is de context van die tijd van belang.

De Westerstraatmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In 1940 waren veel marktkooplieden in Amsterdam van Joodse afkomst. De naam 'Cathan' (mogelijk een verschrijving van Nathan of Kathan) suggereert dat de betrokkene mogelijk Joods was. Hoewel de uitsluiting van Joden van de markten pas later in de bezettingstijd formeel en systematisch werd doorgevoerd door de nazi-bezetter, werd de handhaving van reglementen in deze overgangsperiode vaak strikter. Echter, op basis van dit specifieke document lijkt de intrekking primair gebaseerd op een substantiële verwaarlozing van de standplaatsverplichtingen die al vóór de capitulatie (januari 1940) was gesignaleerd.

Samenvatting

Deze brief is een formeel ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van het document is de afwijzing van een bezwaarschrift van een marktkoopman genaamd L.a Cathan.

De argumentatie van de directeur is puur procedureel en gebaseerd op het 'Reglement op de Markten'. De marktkoopman is zijn vaste plek op de Westerstraat kwijtgeraakt omdat hij niet voldeed aan de aanwezigheidsplicht (minimaal 3 dagen per week). Uit de administratie blijkt dat hij in de 22 weken voor de intrekking slechts 7 keer aanwezig was. De directeur weerlegt bovendien de bewering van Cathan dat hij niet gewaarschuwd zou zijn, door specifieke data van eerdere waarschuwingen (11 januari en 3 april 1940) aan te voeren. Het advies aan de wethouder is dan ook om het verzoek tot herstel van de marktplaats af te wijzen.


Historische Context

De datum van de brief, 10 september 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een strikt zakelijke, administratieve toon heeft over marktreglementen, is de context van die tijd van belang.

De Westerstraatmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In 1940 waren veel marktkooplieden in Amsterdam van Joodse afkomst. De naam 'Cathan' (mogelijk een verschrijving van Nathan of Kathan) suggereert dat de betrokkene mogelijk Joods was. Hoewel de uitsluiting van Joden van de markten pas later in de bezettingstijd formeel en systematisch werd doorgevoerd door de nazi-bezetter, werd de handhaving van reglementen in deze overgangsperiode vaak strikter. Echter, op basis van dit specifieke document lijkt de intrekking primair gebaseerd op een substantiële verwaarlozing van de standplaatsverplichtingen die al vóór de capitulatie (januari 1940) was gesignaleerd.

Gerelateerde Documenten 6