Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 329
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

26 september 1940 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam)

Origineel

26 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) extra

VP/HG.

Mej. A. Busnach,
Sint Antoniesbreestraat 61 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

33/72/2 M. 26 September 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Augustus jl:
bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging
in aanmerking kan komen. Uw plaats op de markt Mosplein is inmid-
dels wegens wanbetaling van het verschuldigde marktgeld ingetrokken.
U is verplicht voortaan Uw plaats op de Westerstraat regelmatig,
dat wil zeggen ten minste drie maal per vier weken, te bezetten,
bij gebreke waarvan ook intrekking van deze plaats zal volgen,
zulks overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement
op de Markten.

De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door Mej. Busnach was ingediend. Hoewel de specifieke inhoud van haar verzoek niet wordt vermeld, blijkt uit de reactie dat zij problemen had met haar marktplaatsen. De directeur meldt dat haar standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord reeds is ingetrokken vanwege een betalingsachterstand ("wanbetaling").

Verder bevat de brief een dwingende waarschuwing: zij moet haar overgebleven standplaats op de Westerstraat strikt volgens de regels gebruiken (minimaal driekwart van de tijd aanwezig zijn), anders zal ook deze vergunning worden ingetrokken. De onderstreping van het woord "niet" benadrukt de onverbiddelijkheid van de beslissing. De historische context van dit document is zeer beladen. De brief is gedateerd in september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.

De geadresseerde, Mej. A. Busnach, draagt een achternaam die veel voorkomt binnen de Sefardisch-Joodse gemeenschap in Amsterdam. Haar adres, de Sint Antoniesbreestraat, lag in het hart van de Joodse buurt. In deze vroege fase van de bezetting werden Joodse burgers al geconfronteerd met toenemende administratieve druk en economische uitsluiting.

Hoewel de intrekking van de marktplaats wordt gepresenteerd als een reguliere sanctie wegens wanbetaling, kan de financiële nood van de geadresseerde direct verbonden zijn geweest met de beginnende anti-Joodse maatregelen. In 1941 zouden Joodse marktkooplieden definitief van de reguliere markten (zoals de Westermarkt en Mosplein) worden verbannen naar specifieke "Joodse markten". Dit document markeert mogelijk het begin van de ambtelijke onteigening en uitsluiting van een Joodse ondernemer in Amsterdam. A. Busnach

Samenvatting

Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door Mej. Busnach was ingediend. Hoewel de specifieke inhoud van haar verzoek niet wordt vermeld, blijkt uit de reactie dat zij problemen had met haar marktplaatsen. De directeur meldt dat haar standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord reeds is ingetrokken vanwege een betalingsachterstand ("wanbetaling").

Verder bevat de brief een dwingende waarschuwing: zij moet haar overgebleven standplaats op de Westerstraat strikt volgens de regels gebruiken (minimaal driekwart van de tijd aanwezig zijn), anders zal ook deze vergunning worden ingetrokken. De onderstreping van het woord "niet" benadrukt de onverbiddelijkheid van de beslissing.

Historische Context

De historische context van dit document is zeer beladen. De brief is gedateerd in september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.

De geadresseerde, Mej. A. Busnach, draagt een achternaam die veel voorkomt binnen de Sefardisch-Joodse gemeenschap in Amsterdam. Haar adres, de Sint Antoniesbreestraat, lag in het hart van de Joodse buurt. In deze vroege fase van de bezetting werden Joodse burgers al geconfronteerd met toenemende administratieve druk en economische uitsluiting.

Hoewel de intrekking van de marktplaats wordt gepresenteerd als een reguliere sanctie wegens wanbetaling, kan de financiële nood van de geadresseerde direct verbonden zijn geweest met de beginnende anti-Joodse maatregelen. In 1941 zouden Joodse marktkooplieden definitief van de reguliere markten (zoals de Westermarkt en Mosplein) worden verbannen naar specifieke "Joodse markten". Dit document markeert mogelijk het begin van de ambtelijke onteigening en uitsluiting van een Joodse ondernemer in Amsterdam.

Genoemde Personen 1

Locaties

Westerstraat

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6