Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). E. Velleman-de Jong. No 33/74/1 M. 1940 31/8 [stempel/notitie]
29/8 40 [datum rechtsboven]
M.H.
Deze is dienende. U. beleefd. te
verzoeken mij ondergetekende uitstel
te verlenen van het bezoeken. der
marktplaats. in de Westerstraat (alhier)
daar. mijn man. met Reumathiek
thuis, zijn verzorging noodig heeft.
en ook. daar ik momenteel. niet
veel handel. tot mijn beschikking
hebt. maar wel wil ik de
markt contributie betalen. in de
hoop dat U mij deze dienst bewij-
zen kunt Verblijf ik met de
Meeste Hoogachting
E. Velleman-de Jong
Ingogostr: 6 I
Amsterdam In deze brief verzoekt Elisabeth Velleman-de Jong de marktinstanties (waarschijnlijk de Marktmeester van Amsterdam) om tijdelijke ontheffing van haar plicht om op de markt in de Westerstraat te staan. Ze voert hiervoor twee redenen aan:
1. Haar echtgenoot is ziek (reuma) en heeft thuis verzorging nodig.
2. Ze heeft op dat moment weinig handelswaar op voorraad.
Opmerkelijk is dat zij expliciet vermeldt dat zij de 'marktcontributie' (het stageld) wil blijven doorbetalen. Hiermee hoopt zij haar recht op de staanplaats te behouden voor de toekomst. De brief is geschreven in een formele, enigszins archaïsche stijl die typerend is voor die periode. De brief is gedateerd op 29 augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De afzendster, Elisabeth Velleman-de Jong, woonde in de Ingogostraat, een straat in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt waar veel Joodse Amsterdammers woonden.
Deze brief is een voorbeeld van de dagelijkse beslommeringen van kleine handelaren aan het begin van de oorlog. Voor Joodse markthandelaren zou de situatie kort na deze brief drastisch verslechteren door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. In 1941 werden Joodse kooplieden geweerd van de reguliere markten (zoals de Westerstraat) en moesten zij uitwijken naar speciale "Joodse markten", voordat zij uiteindelijk helemaal niet meer mochten handelen en werden weggevoerd. Uit genealogische bronnen (zoals Joods Monument) blijkt dat Elisabeth Velleman-de Jong en haar echtgenoot de Holocaust niet hebben overleefd; zij werden in 1942 vermoord in Auschwitz. E. Velleman M.H.