Administratieve notitie/besluit op een voorgedrukt formulier (Bijblad).
Origineel
Administratieve notitie/besluit op een voorgedrukt formulier (Bijblad). 12 september 1940 (hoofdtekst); overige data 9/9 en 20/9/1940. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/78/1 1940
DOORGEZONDEN: 9/9
[Handgeschreven rechtsboven:]
B. Dreese, pl. 34. Westerstraat 120
.. pl. 139 Nieuwmarkt
[Hoofdtekst:]
Het verzoek van B. Dreese dient
m.i. te worden afgewezen. Aan Dreese
moet worden bericht, dat hij van heden
af, zijn plaats op de markt Westerstraat
geregeld moet innemen - d.w.z. 3 maal in de 4 weken -
daar anders zijn plaats wordt ingetrokken.
12-9-'40
[Handtekening, mogelijk: de Boer]
[Onderzijde:]
33/78/2 [in rood potlood] 1
20/9/'40
[Paraaf, mogelijk: AB]
[Voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern ambtelijk advies of besluit betreffende de marktvergunning van de heer B. Dreese. De ambtenaar adviseert om een (niet nader gespecificeerd) verzoek van Dreese af te wijzen. Tegelijkertijd wordt er een strikte voorwaarde gesteld aan het behoud van zijn marktplaats op de Westerstraat (plaatsnummer 34). Dreese wordt gesommeerd deze plaats "geregeld" in te nemen, wat expliciet gedefinieerd wordt als minimaal drie van de vier weken. Indien hij hier niet aan voldoet, zal zijn staanplaats worden ingetrokken. Uit de aantekeningen blijkt dat hij ook een plaats (nummer 139) op de Nieuwmarkt bezat. De diverse data en dossiernummers (33/78/1 en 33/78/2) wijzen op een lopend administratief proces. Het document dateert van september 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de regels voor marktkooplieden strenger gehandhaafd. Hoewel de aard van het verzoek van Dreese niet direct uit deze tekst blijkt, is de toon van de ambtelijke besluitvorming direct en dwingend. De naam "Dreese" kwam veelvuldig voor onder de joodse marktkooplieden in Amsterdam; mocht de betreffende persoon joods zijn, dan valt dit document in een periode waarin de bezetter en het meewerkende Nederlandse bestuur de bewegingsvrijheid en economische positie van joodse burgers steeds verder begonnen in te perken, hoewel deze specifieke notitie zich strikt aan de marktverordeningen (aanwezigheidsplicht) lijkt te houden. B. Dreese M. No Gemeente Amsterdam