Ambtelijke notitie / Bijblad (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Ambtelijke notitie / Bijblad (Model No. 14, Algemene Zaken). 2 oktober 1940 (met eerdere aantekeningen van 20 september en latere van 7 oktober). [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/87/1 1940
DOORGEZONDEN: 20/9
[Handgeschreven tekst bovenaan]
J. van Os pl. 187 Westerstraat
heeft ook plaats 55 Alb. Cuypstraat
[Hoofdtekst]
Het verzoek van J. van Os dient m.i. te worden afgewezen.
Aan J. v Os moet worden bericht, dat hij van heden af zijn plaats op de markt in de Westerstraat geregeld, d.w.z. drie keer per vier weken moet innemen, daar anders de plaats wordt ingetrokken.
2-10-40
deHaer.
[Aantekeningen onderaan]
7/10 - '40
2.
33/87/2
[Voetnoot formulier]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De kern van dit document is een ambtelijk advies over het standplaatsgebruik door een marktkoopman genaamd J. van Os.
* Problematiek: Van Os beschikt over twee marktplaatsen: nummer 187 in de Westerstraat en nummer 55 in de Albert Cuypstraat. Waarschijnlijk heeft hij een verzoek ingediend voor een uitzondering op de aanwezigheidsplicht (bijvoorbeeld om minder vaak op de Westerstraat te staan).
* Besluit: De ambtenaar (deHaer) adviseert het verzoek af te wijzen. De regelgeving wordt strikt gehandhaafd: hij moet minimaal drie van de vier weken aanwezig zijn op de markt in de Westerstraat. Voldoet hij hier niet aan, dan wordt zijn vergunning voor die plek ingetrokken.
* Bestuurlijke context: De notitie is geschreven op een standaardformulier ("Model No. 14") van de afdeling Algemene Zaken, wat duidt op een routinematige maar strikte gemeentelijke administratie. Dit document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst zelf puur administratief oogt en handelt over marktreglementen in Amsterdam, is de tijdsperiode cruciaal.
In deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van kracht te worden, die later ook de markthandel zwaar zouden treffen (zoals de verwijdering van Joodse kooplieden van algemene markten naar specifieke 'Jodenmarkten'). Hoewel er in deze specifieke tekst geen directe aanwijzing is voor de achtergrond van J. van Os, werden dergelijke controles op aanwezigheid en het strikt handhaven van vergunningen in die tijd vaak gebruikt om de grip op de markthandel te verstevigen. Het document is een treffend voorbeeld van de doorlopende gemeentelijke bureaucratie in oorlogstijd. J. van Os M. No