Officiële kennisgeving (doorslag van een getypte brief).
Origineel
Officiële kennisgeving (doorslag van een getypte brief). 5 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Bovenaan gecentreerd, handgeschreven]: Extra
[Rechtsboven, getypt]:
den Heer A.Acohen,
Noorder Amstellaan 58 hs.,
Amsterdam-Zuid.
Wyk 22B.
[Midden links, getypt]: 33/90/18 M
[Midden rechts, getypt]: 5 November 1940.
[Inhoud, getypt]:
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 17 October jl. bericht ik U, dat U op 5, 12, 19 en 26 Augustus, 2, 9, 16 en 23 September, 7 en 14 October jl. in gebreke is gebleven Uw vaste plaats op de markt Westerstraat te bezetten. De aan U gerichte brief berustte dus niet op een abuis. U was tegen 1 November jl. ontboden bij den Inspecteur van mijn dienst, ten-einde U alsnog in de gelegenheid te stellen eventueel na-
dere inlichtingen te verstrekken. Aan de bedoelde oproeping gaf U geen gevolg. Uw vaste plaats op de markt Westerstraat is thans ingetrokken wegens het niet geregeld bezetten dier plaats.
[Onderaan rechts, getypt]: De Directeur, Dit document is een formele administratieve beslissing waarbij de marktvergunning van de heer A. Acohen voor de markt in de Westerstraat (Amsterdam) wordt ingetrokken. De reden hiervoor is zijn herhaaldelijke afwezigheid op de markt op maandagen (de vaste marktdag in de Westerstraat) gedurende de maanden augustus, september en oktober 1940.
De brief is een reactie op een eerdere correspondentie van de heer Acohen, waaruit blijkt dat hij de eerdere waarschuwingen aanvocht. De directeur stelt echter vast dat er geen sprake is van een vergissing ("abuis"). Omdat de heer Acohen ook niet is verschenen op een hoorzitting bij de Inspecteur op 1 november, wordt de sanctie definitief opgelegd. De toon is strikt zakelijk en onverbiddelijk, kenmerkend voor de bureaucratische efficiëntie van die tijd. Hoewel de brief een puur administratieve grondslag lijkt te hebben (het niet bezetten van een marktplaats), is de historische context van november 1940 cruciaal. Nederland was op dat moment zes maanden bezet door nazi-Duitsland en de eerste anti-Joodse maatregelen waren al van kracht.
De geadresseerde, Abraham Cohen (wiens naam hier als A. Acohen wordt geschreven), was een Joodse marktkoopman. De Noorder Amstellaan (de huidige Churchill-laan) was een straat in de Rivierenbuurt waar destijds veel Joodse gezinnen woonden. De afwezigheid van Joodse kooplieden op de markten in deze periode was vaak geen vrijwillige keuze, maar het gevolg van toenemende pesterijen, onveiligheid of beperkende verordeningen die het hun onmogelijk maakten hun beroep uit te oefenen.
Dergelijke administratieve maatregelen werden door de bezetter en meewerkende instanties vaak gebruikt als een 'legale' methode om Joden uit het economische leven te weren en hun hun middelen van bestaan te ontnemen, nog voordat de grootschalige deportaties begonnen. Abraham Cohen werd uiteindelijk in 1943 in Sobibor vermoord; dit document vormt een schakel in de bureaucratische uitsluiting die aan die tragedie voorafging. A. Acohen Marktwezen