Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 17 oktober 1940. J. Breen, woonachtig aan het J.D. Meyerplein 14 II, Amsterdam. № 33/90/19 M. 1940 21/10 [stempel/notitie]
17 Oct. 40 A.dam
Weledel Heer v. d. Haan
Directeur der Marktwezen
Jan v. Galenstraat nr. Insp.
A.dam
M. H.
Hiermede verzoek ik U mij voorlopig
vrijstelling te geven, om de Weekmarkt
Westerstraat te bezoeken.
Sedert 35 jaren bezoek ik wekelijks
de markt, maar nu er voor mijn artikel
(vitrage en glasgordijnen) niets te verkopen is
zonder specialen vergunning is het voor mij,
mede, dat mijn vrouw in het Ziekenhuis verpleegd
wordt, zeer bezwaarlijk om de Weekmarkt te
bezoeken, daar ik de kosten, die ik moet maken
niet verdien.
Ik hoop, dat bovenstaande voor U
aanleiding zal zijn, om mij tijdelijk toe te staan
om de Westerstraat niet te bezoeken.
Inmiddels verblijf ik in afwachting
Hoogachtend
J. Breen
J. D. Meyerplein 14 II
A.dam
P. S.
plaats 65 In deze brief verzoekt J. Breen, een marktkoopman die al 35 jaar actief is, om een tijdelijke ontheffing van zijn standplaatsverplichting op de markt in de Westerstraat (plaats 65). Hij voert hiervoor twee hoofdredenen aan:
- Economische belemmeringen: Door nieuwe regelgeving (waarschijnlijk als gevolg van de Duitse bezetting) is voor de verkoop van zijn handel — vitrage en glasgordijnen — een "specialen vergunning" vereist. Zonder deze vergunning heeft hij geen handel, waardoor de kosten van de marktgang (staangeld, transport) niet opwegen tegen de opbrengsten.
- Persoonlijke omstandigheden: Zijn echtgenote is opgenomen in het ziekenhuis, wat de zorglast en de logistieke haalbaarheid van het marktbezoek bemoeilijkt.
De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel, passend bij de hiërarchische verhoudingen van die tijd. De brief is geschreven in oktober 1940, slechts vijf maanden na de Nederlandse capitulatie. De verwijzing naar een "specialen vergunning" voor textielgoederen duidt op de vroege stadia van de distributie en schaarste tijdens de bezettingsjaren.
Extra saillant is het adres van de afzender: J.D. Meyerplein 14. Het Jonas Daniël Meijerplein lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de brief een puur zakelijk-economisch verzoek betreft, is de context van de toenemende anti-Joodse maatregelen in deze periode (zoals de registratieplicht en de beperkingen voor Joodse handelaren) onvermijdelijk verbonden aan dit document. In februari 1941, slechts enkele maanden na deze brief, zou dit plein het toneel zijn van de eerste grote razzia's in Amsterdam. De Westerstraatmarkt was en is een van de meest iconische markten in de Jordaan.