Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 22 oktober 1940. [Logo: Wapenschild Amsterdam met drie kruisen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 33/94/14 M.
BIJLAGE _____
ONDERWERP :
verzonden 22/10
AMSTERDAM (W.) 22 October 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer C. Kreysig,
Dapperstraat 13 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
Op grond van het feit, dat U geen geregeld gebruik van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Westerstraat heeft gemaakt, behoort de inschrijving op de sollicitantenlijst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 23 Oct. a.s. tusschen 9½ - 12 uur of op 25 Oct. a.s. om 9½ uur te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
[Vage stempel onderaan]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. De brief is een formele kennisgeving van het Amsterdamse Marktwezen aan een marktkoopman of sollicitant, de heer C. Kreysig. De kern van de boodschap is dat de ontvanger zijn "voorkeurskaart" voor de markt in de Westerstraat niet regelmatig heeft gebruikt. Volgens de toen geldende reglementen (artikel 10 van het Reglement op de Markten) was dit een reden om de inschrijving op de sollicitantenlijst te schrappen.
Opvallend is de korte termijn die wordt geboden voor verweer: de brief is gedateerd op 22 oktober, verzonden op diezelfde dag (volgens de handgeschreven notitie), en de ontvanger wordt de volgende ochtend (23 oktober) of drie dagen later (25 oktober) al op het kantoor aan de Jan van Galenstraat verwacht voor een gesprek met de Inspecteur. Dit document stamt uit oktober 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief eruitziet als een standaard administratieve handeling, is de tijdsgeest van belang. In deze periode begon de bezetter, vaak via het Nederlandse ambtelijk apparaat, de controle op de economie en de openbare ruimte (zoals markten) te verstrakken.
De locatie van de afzender, Jan van Galenstraat 14, was het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. De Westerstraatmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. In de maanden na deze brief zouden de anti-Joodse maatregelen op de Amsterdamse markten drastisch toenemen, waarbij Joodse handelaren systematisch werden geweerd. Hoewel uit deze specifieke brief niet direct een politieke of racistische motivatie blijkt, past de "opschoning" van de sollicitantenlijsten in een breder patroon van strengere regulering en bureaucratische controle tijdens het eerste oorlogsjaar. C. Kreysig Gemeente Amsterdam Marktwezen