Administratieve kaart van de marktdienst (oproeping/waarschuwing)
Origineel
Administratieve kaart van de marktdienst (oproeping/waarschuwing) December 1940 № 33/109/3 M. 1940 [stempel]
Opgeroepen per
(datum) (uur)
.....11 Dec..... ..10-12..
of
....13 Dec..... ..10....
wegens niet geregeld bezetten
plaats op de markt Westerstraat
nummer plaats/voorkeurskaart 106
gewaarschuwd op ..15 Oct. '40..
Aan
B. Appel
Rijnstraat 4 II
Aanteekeningen Inspecteur:
Verzoekt nog 1 dag
dies op 16 Dec. as.
vrijstelling?
Zal daarna geregeld
komen.
acc.
13-12-'40
[paraf]
13-12/'40
[paraf]
=====================================
Genoteerd op slip ..[paraf]..
Gezien de marktambtenaar,
[Handtekening/Paraf]
opbergen
R 20/12 '40 Dit document is een officiële vastlegging van verzuim door een marktkoopman, de heer B. Appel. Uit de kaart blijkt dat de betrokkene op de markt in de Westerstraat (Amsterdam) een vaste standplaats had (nummer 106), maar deze niet regelmatig bezette.
De chronologie is als volgt:
1. 15 oktober 1940: Eerste officiële waarschuwing.
2. 11 en 13 december 1940: Oproepingen om te verschijnen voor de marktdienst wegens aanhoudend verzuim.
3. 13 december 1940: De inspecteur noteert dat de koopman verzoekt om nog één dag vrijstelling (voor 16 december) en belooft daarna weer trouw aanwezig te zijn. Dit verzoek wordt geaccepteerd ('acc.').
4. 20 december 1940: Het dossier wordt (voorlopig) gesloten en opgeborgen. Het document dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting in Nederland. De markt in de Westerstraat was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Administratieve documenten zoals deze werden door de gemeentelijke marktdienst strikt bijgehouden om de bezettingsgraad en de inning van marktgeld te controleren.
De vermelding van de Rijnstraat 4-II als woonadres is historisch relevant. In 1940 was de Rijnstraat een straat waar veel Joodse Amsterdammers woonden. In de oorlogsarchieven (o.a. Joods Monument) is te vinden dat op dit specifieke adres de familie Appel woonde. Dit document kan derhalve worden gezien in het licht van de toenemende regeldruk en latere uitsluiting van Joodse marktkooplieden van de openbare markten, een proces dat in 1941 zou leiden tot het instellen van specifieke "Joodse markten" en uiteindelijk een totaalverbod op handel door Joden. B. Appel