Archief 745
Inventaris 745-325
Pagina 171
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Administratief dossierblad / ambtelijke notitie (Bijblad van de gemeente Amsterdam, Algemene Zaken).

December 1940 – januari 1941.

Origineel

Administratief dossierblad / ambtelijke notitie (Bijblad van de gemeente Amsterdam, Algemene Zaken). December 1940 – januari 1941. [Stempel linksboven:]
B I J B L A D V A N:
M. No. 33/109/15 1940
DOORGEZONDEN: 13/12-1940

[Handgeschreven tekst rechtsboven:]
R. Veffer-Pauer pl 24 Westerstraat
(echtgenoot J. Veffer, pl 606 Westerstraat)

[Hoofdtekst met doorhalingen:]
Het verzoek van
~~de R. Veffer Pauer om~~
~~haar pafte te staan~~ advis
~~tot Juni a.s. haar plaats~~ 18-12-40
~~op de markt Westerstraat~~ de Heer Wolff
~~niet in te nemen, dient~~
~~m.i. te worden afgewezen.~~

Toegestaan kan m.i. worden dat
zij deze plaats tot 1 Maart a.s.
niet bezet.
Zij moet dan echter zorg
dragen, dat het ook tijdens
haar afwezigheid verschuldig-
de marktgeld wekelijks wordt
betaald.

[Aantekeningen rechterkant en onder:]
Oproepen
27-12-40
de Haer

21-1-41
de Haer

zie brief 33/1/1
M. 1/3-41

[Linksonder gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek door Mevr. R. Veffer-Pauer. Zij had oorspronkelijk gevraagd om haar marktplaats (nummer 24) op de Westerstraat in Amsterdam tot juni van het volgende jaar onbezet te mogen laten.

Uit de doorhalingen blijkt een wijziging in het ambtelijk standpunt:
1. In eerste instantie werd voorgesteld het verzoek af te wijzen.
2. Na advies van "de Heer Wolff" op 18 december 1940 werd een compromis gesloten.
3. Het besluit luidt dat zij de plaats tot 1 maart 1941 onbezet mag laten, mits zij de wekelijkse marktgelden (staangeld) blijft doorbetalen. Dit wijst erop dat de gemeente het recht op de standplaats wilde behouden, maar wel inkomsten eiste.

De administratieve opmerkingen "Oproepen" en de verschillende data suggereren dat de verzoekster op het kantoor is ontboden om dit besluit te vernemen of te ondertekenen. Dit document stamt uit de winter van 1940-1941, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. De Westerstraatmarkt was een belangrijke volksmarkt in de Jordaan.

De achternaam Veffer is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam die werkzaam was in de ambulante handel. In deze periode (eind 1940) begonnen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de Joodse markthandelaren steeds sterker te hinderen. Hoewel de markt in de Westerstraat op dat moment nog niet formeel "Joods" of "verboden voor Joden" was verklaard (dat gebeurde pas later in 1941 met de instelling van de Joodse markten), geeft dit document mogelijk de precaire situatie weer waarin Joodse handelaren verkeerden, wat hun verzoek om tijdelijke afwezigheid zou kunnen verklaren.

De zorgvuldige, bijna starre bureaucratische afhandeling (het doorbetalen van marktgeld ondanks afwezigheid) is typerend voor de Nederlandse gemeentelijke administratie die onder de bezetting grotendeels ongewijzigd bleef functioneren.

Samenvatting

Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek door Mevr. R. Veffer-Pauer. Zij had oorspronkelijk gevraagd om haar marktplaats (nummer 24) op de Westerstraat in Amsterdam tot juni van het volgende jaar onbezet te mogen laten.

Uit de doorhalingen blijkt een wijziging in het ambtelijk standpunt:
1. In eerste instantie werd voorgesteld het verzoek af te wijzen.
2. Na advies van "de Heer Wolff" op 18 december 1940 werd een compromis gesloten.
3. Het besluit luidt dat zij de plaats tot 1 maart 1941 onbezet mag laten, mits zij de wekelijkse marktgelden (staangeld) blijft doorbetalen. Dit wijst erop dat de gemeente het recht op de standplaats wilde behouden, maar wel inkomsten eiste.

De administratieve opmerkingen "Oproepen" en de verschillende data suggereren dat de verzoekster op het kantoor is ontboden om dit besluit te vernemen of te ondertekenen.

Historische Context

Dit document stamt uit de winter van 1940-1941, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. De Westerstraatmarkt was een belangrijke volksmarkt in de Jordaan.

De achternaam Veffer is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam die werkzaam was in de ambulante handel. In deze periode (eind 1940) begonnen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de Joodse markthandelaren steeds sterker te hinderen. Hoewel de markt in de Westerstraat op dat moment nog niet formeel "Joods" of "verboden voor Joden" was verklaard (dat gebeurde pas later in 1941 met de instelling van de Joodse markten), geeft dit document mogelijk de precaire situatie weer waarin Joodse handelaren verkeerden, wat hun verzoek om tijdelijke afwezigheid zou kunnen verklaren.

De zorgvuldige, bijna starre bureaucratische afhandeling (het doorbetalen van marktgeld ondanks afwezigheid) is typerend voor de Nederlandse gemeentelijke administratie die onder de bezetting grotendeels ongewijzigd bleef functioneren.

Gerelateerde Documenten 6