Archief 745
Inventaris 745-325
Pagina 172
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / advies.

21 december 1940.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / advies. 21 december 1940. 33/109/15 M 1940

Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier

Gezien het verzoek van pth No 247
R. Veffen-Dauz om nog eenige tijd uitstel
van plaats bezetten diene het volgende.
Volgens haar eigen bevestiging in bg.d brief
komt zij niet eerder in aanmerking voor goederen
dan Juni. Voordien is zij al meermalen ge-
waarschuwd haar marktplaats beter te be-
zetten. Gezien deze omstandigheden, lijkt het
mij niet gewenscht hier langer uitstel te
verleenen.

21 - 12 - ’40
[Handtekening] In dit document adviseert een ambtenaar negatief over een verzoek van een marktkraamhoudster (mogelijk "plh" of "pth" voor plaatshouder/pachthouder nr. 247, mw. R. Veffen-Dauz). Zij heeft verzocht om haar marktplaats nog langer onbezet te mogen laten.

De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
* Reden van afwezigheid: De verzoekster geeft zelf aan dat zij pas in juni weer over goederen kan beschikken om te verkopen.
* Precedenten: Er wordt opgemerkt dat zij al vaker officiële waarschuwingen heeft gehad over de gebrekkige bezetting van haar kraam.
* Besluit: De ambtenaar vindt het niet wenselijk ("niet gewenscht") om nog langer uitstel te verlenen, wat waarschijnlijk zou leiden tot het intrekken van de vergunning of de standplaats. Het document dateert van december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begonnen de eerste grote tekorten aan goederen te ontstaan door de distributie en de oorlogseconomie. De opmerking dat de vrouw pas in juni "in aanmerking komt voor goederen" wijst op de toenemende schaarste en de strakke regulering van de handel.

De overheid hanteerde in deze tijd een streng beleid voor marktplaatsen: plekken moesten effectief gebruikt worden voor de voedsel- en goederenvoorziening van de bevolking. Een kraam die maandenlang leeg bleef staan omdat de houder geen voorraad had, werd als ongewenst beschouwd, zeker als de betreffende persoon al vaker was gewaarschuwd.

Samenvatting

In dit document adviseert een ambtenaar negatief over een verzoek van een marktkraamhoudster (mogelijk "plh" of "pth" voor plaatshouder/pachthouder nr. 247, mw. R. Veffen-Dauz). Zij heeft verzocht om haar marktplaats nog langer onbezet te mogen laten.

De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
* Reden van afwezigheid: De verzoekster geeft zelf aan dat zij pas in juni weer over goederen kan beschikken om te verkopen.
* Precedenten: Er wordt opgemerkt dat zij al vaker officiële waarschuwingen heeft gehad over de gebrekkige bezetting van haar kraam.
* Besluit: De ambtenaar vindt het niet wenselijk ("niet gewenscht") om nog langer uitstel te verlenen, wat waarschijnlijk zou leiden tot het intrekken van de vergunning of de standplaats.

Historische Context

Het document dateert van december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begonnen de eerste grote tekorten aan goederen te ontstaan door de distributie en de oorlogseconomie. De opmerking dat de vrouw pas in juni "in aanmerking komt voor goederen" wijst op de toenemende schaarste en de strakke regulering van de handel.

De overheid hanteerde in deze tijd een streng beleid voor marktplaatsen: plekken moesten effectief gebruikt worden voor de voedsel- en goederenvoorziening van de bevolking. Een kraam die maandenlang leeg bleef staan omdat de houder geen voorraad had, werd als ongewenst beschouwd, zeker als de betreffende persoon al vaker was gewaarschuwd.

Gerelateerde Documenten 6