Zakelijke brief / Geleidebrief.
Origineel
Zakelijke brief / Geleidebrief. 1 April 1940. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). den Heer H.P. de Ruiter, Pakhuisafdeeling H 5, Centrale Markt, Amsterdam-West. (Handgeschreven: Verzonden 1/4 - '40.)
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/42/2 M. 1940. Amsterdam-West, 1 April 1940.
Jan van Galenstraat 14.
Aan
den Heer H.P. de Ruiter,
Pakhuisafdeeling H 5
Centrale Markt,
<u>Amsterdam-West.</u>
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, * **Doel:** De brief dient als officiële verzending van een huurcontract en het vastleggen van specifieke huurvoorwaarden.
- Kernpunten:
- Onderhoud: De huurder is zelf verantwoordelijk voor kleine herstellingen (onderhoud van rolluiken, ruiten en sloten) op basis van de toenmalige wetgeving (BW art. 1619).
- Reclamebeleid: Er geldt een strikt verbod op het ongeautoriseerd plaatsen van reclameuitingen of borden op het gehuurde object; hiervoor is voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur nodig.
- Taalgebruik: De brief is opgesteld in een zeer formele, ambtelijke stijl die typerend is voor de vroege 20e eeuw ("heb ik de eer", "U gelieve zich... te verstaan"). De spelling (bijv. "afdeeling", "reparatiën") volgt de toenmalige normen. De Centrale Markt in Amsterdam-West (nu bekend als het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) werd geopend in 1934. Het was een modern complex bedoeld om de handel in levensmiddelen te centraliseren en te reguleren. De Directie van het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor het beheer en de verhuur van de pakhuizen en hallen.
De datum van de brief, 1 april 1940, is historisch relevant: het is slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. Het document toont de "business as usual" sfeer in de administratie van de stad Amsterdam vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland. De brief geeft inzicht in de strikte reglementering waaraan handelaren op de Centrale Markt onderworpen waren. H.P. de Ruiter Gemeente Amsterdam Marktwezen