Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 21 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:]
Mr. Müller
[Stempel/Type rechtsboven:]
HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/180/1 M. 4 21 December 1940.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
twee contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen nos.
H 4 en H 8 van de hal op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
deze contracten door den heer Burgemeester worden geteekend. Daar-
na gelieve U ze mij te doen terugzenden, teneinde voor registratie
te kunnen zorgdragen.
De Directeur, Deze ambtelijke brief betreft de administratieve afhandeling van huur- of gebruikscontracten voor specifieke pakhuisruimtes (secties H 4 en H 8) in de centrale hal van de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur van de markt (of de betreffende gemeentelijke dienst) verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om ervoor te zorgen dat de Burgemeester deze contracten ondertekent. Nadat de handtekening is gezet, moeten de documenten terug naar de directeur voor de definitieve registratie. De formele toon ("heb ik de eer U te doen geworden", "beleefd verzoeken") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad, zeker onder het regime van schaarste en distributie dat tijdens de oorlog werd ingevoerd. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een sleutelfiguur in het gemeentebestuur. De handgeschreven naam "Mr. Müller" verwijst naar Johannes Müller, die in die periode directeur van de Centrale Markt was. Het feit dat de burgemeester zelf moet tekenen, onderstreept het belang of de formele status van de contracten voor pakhuisruimte op dit terrein.
Samenvatting
Deze ambtelijke brief betreft de administratieve afhandeling van huur- of gebruikscontracten voor specifieke pakhuisruimtes (secties H 4 en H 8) in de centrale hal van de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur van de markt (of de betreffende gemeentelijke dienst) verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om ervoor te zorgen dat de Burgemeester deze contracten ondertekent. Nadat de handtekening is gezet, moeten de documenten terug naar de directeur voor de definitieve registratie. De formele toon ("heb ik de eer U te doen geworden", "beleefd verzoeken") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.
Historische Context
Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad, zeker onder het regime van schaarste en distributie dat tijdens de oorlog werd ingevoerd. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een sleutelfiguur in het gemeentebestuur. De handgeschreven naam "Mr. Müller" verwijst naar Johannes Müller, die in die periode directeur van de Centrale Markt was. Het feit dat de burgemeester zelf moet tekenen, onderstreept het belang of de formele status van de contracten voor pakhuisruimte op dit terrein.