Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 26 juni 1940. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Hoofden van diensten, bedrijven en afdelingen van de gemeente. [Stempel linksboven:] Nº 43/29/M. 1940 [handgeschreven:] 27/6
[Gedrukt:] GEMEENTE AMSTERDAM
[Handgeschreven rechtsboven:] m.c. [Paraaf] NS
[Gedrukt:] No. 310 Bur.G. Amsterdam, 26 Juni 1940.
Ons bereikt door tusschenkomst van den Commissaris der Koningin in de provincie Noordholland het bericht, dat het College van Secretarissen-Generaal het wenschelijk heeft geoordeeld, dat ter herdenking van den geboortedag van Z.K.H. Prins Bernhard op 29 Juni a.s., en op andere nationale feestdagen, niet de Nederlandsche nationale vlaggen worden getoond. Tegen het dragen van oranjestrikjes op nationale feestdagen bestaat op zichzelf geen bezwaar; het is echter niet de bedoeling, dat tot het dragen daarvan wordt aangespoord.
Wij verzoeken U, het vorenstaande ter kennis te brengen van de onder U ressorteerende ambtenaren.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Signatuur: W. de Vlugt]
de Secretaris,
[Signatuur: Van Rien]
Aan
Hoofden van Diensten, Bedrijven
of Administratiën en de Chefs van
afdeelingen der Gemeentesecretarie. Dit document is een officiële instructie van het Amsterdamse gemeentebestuur aan haar ambtenaren, kort na het begin van de Duitse bezetting. De toon is zakelijk en ambtelijk, waarbij de verantwoordelijkheid voor de impopulaire maatregel wordt verschoven naar het 'College van Secretarissen-Generaal' (het hoogste bestuursorgaan van de Nederlandse ambtenarij dat onder Duits toezicht bleef functioneren).
De kern van de boodschap is een verbod op het uithangen van de Nederlandse vlag op de verjaardag van Prins Bernhard. Opmerkelijk is de nuancering wat betreft de 'oranje-strikjes': deze worden gedoogd, maar actieve aanmoediging om ze te dragen is verboden. Dit illustreert de voorzichtige koers die het binnenlands bestuur in de begindagen van de bezetting voer: men wilde enerzijds de bezetter niet provoceren, maar anderzijds ook niet direct alle uitingen van nationale identiteit hardhandig verbieden. De datum van het document, 26 juni 1940, is cruciaal. Nederland was op dat moment ruim een maand bezet. 29 juni 1940 was de eerste verjaardag van een lid van het Koninklijk Huis onder bezetting. Deze dag zou de geschiedenis ingaan als Anjerdag.
Omdat de vlag verboden was, uitten veel Nederlanders hun loyaliteit aan de in ballingschap verblijvende koninklijke familie door een witte anjer (de lievelingsbloem van Prins Bernhard) of oranje versierselen te dragen. De massale deelname hieraan verraste de Duitse bezetter en leidde tot een omslag in hun beleid: de relatief 'milde' houding van de eerste weken maakte plaats voor strengere repressie.
De ondertekenaar van dit document, burgemeester Willem de Vlugt, werd begin 1941 door de Duitsers ontslagen en vervangen door de pro-Duitse Edward Voûte. Dit document markeert dus het spanningsveld waarin het vooroorlogse bestuur zich bevond in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog.