Zakelijke notitie / ambtelijk advies.
Origineel
Zakelijke notitie / ambtelijk advies. 9 december 1929. Uitbreiding café vischhal De Ruyterkade
9 Dec. '29.
Van Meekeren:
Grossiers moeten 's morgens geheel vrij zitten. Meenen aan te bouwen, gedeelte door een wand die weggeklapt kan worden, ten einde te scheiden.
Er zijn ± 20 grossiers.
Deze kan hij geen hoogere prijs in rekening brengen dan de overige bezoekers dus bijv. 10 cent per kop koffie (In andere café's in omgeving is prijs 20 cent à 25 cent)
Van Meekeren durft geen opbrengst te taxeeren van verbetering door grossiers.
De grossiers komen niet elken dag. Gemiddeld zullen er misschien 20 dagelijks zijn.
Van M. had aanvankelijk gedacht dat hij als gevolg van meerdere omzet door de uitbreiding f 10.- per week meer pacht zou kunnen betalen.
Verkrijgen van vergunning z.i. noodzakelijk speciaal voor "Volker visschers die van de Noordzee komen". Maar ook schippers uit de omgeving & andere varensgezellen.
Nu café De Ruyter weg is, is m.i. uitbreiding café Vischhal met het oog op de service van marktbezoekers (grossiers) te verdedigen.
Gezien bovenstaande cijfers is van uitbreiding café zonder meer niet
[Stempel rechtsonder: 2.0.2] Het document is een interne memo die de haalbaarheid onderzoekt van een fysieke uitbreiding van het café in de visafslag (vischhal) aan de De Ruyterkade. De centrale figuur, Van Meekeren, overweegt een flexibele ruimte te creëren door middel van een wegklapbare wand. Op die manier kunnen grossiers 's ochtends ongestoord hun zaken doen.
Financieel is de situatie echter precair. Van Meekeren rekent een 'sociaal' tarief voor koffie (10 cent), terwijl de marktwaarde in de omgeving op het dubbele ligt. Hoewel hij aanvankelijk dacht een pachtverhoging van 10 gulden per week aan te kunnen, is hij nu terughoudender. De komst van de grossiers is namelijk onregelmatig. De schrijver van de notitie concludeert desondanks dat de uitbreiding verdedigbaar is als service-instrument, zeker nu een concurrerend etablissement (café De Ruyter) is weggevallen. De vismarkt aan de De Ruyterkade was in 1929 een essentieel onderdeel van de Amsterdamse handelshaven. Grossiers (groothandelaren) waren de spil tussen de aangevoerde vis van de Noordzee-vloot en de detailhandel in de stad.
De genoemde "Volker visschers" verwijst waarschijnlijk naar de vissers uit de nabijgelegen vissersplaatsen (zoals Volendam) of een specifieke rederij die de visafslag bezocht. De notitie dateert van vlak na de beurskrach van oktober 1929, wat de voorzichtigheid over de verwachte extra inkomsten en pachtverhoging kan verklaren. De term "varensgezellen" is een in die tijd gebruikelijke term voor zeelieden.