Getypte ambtelijke brief/memo.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memo. 2 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischafslag of een verwante dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. 46A/22/5 M
n 6
M. Müller
Verzonden 2/10 [handgeschreven]
VP/G.
2 October 1940.
Heffing registratie-recht
in Vischafslag.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 23 Augustus jl. om advies ontvangen stukken no: 530 L.M.1940, heb ik de eer U te berichten, dat van 27 Augustus 1940 af het registratie-recht van de handelaren, die door bemiddeling van den Vischafslag hun visch verkoopen, wordt geheven. In bylage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een heden door my aan den heer Inspecteur der Successie en Registratie gerichten brief, waaruit blykt, dat over de maanden Juni, Juli en Augustus jl. aan registratie-recht een bedrag van f 310,43 schuldig is; hiervan moet een bedrag van f 296,40 alsnog van handelaren, die de visch vóór 27 Augustus jl. deden verkoopen, worden nagevorderd. Dezerzyts worden de daartoe vereischte maatregelen genomen.
Voor de toekomst zal worden zorg gedragen, dat vóór den vyftienden van elke maand een schriftelyke verklaring by den Inspecteur der Successie en Registratie wordt ingediend, zooals in het in den aanhef bedoelde stuk wordt voorgeschreven.
Ik geef U beleefd in overweging de onderhavige aangelegenheid als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, Dit document is een administratief schrijven betreffende de inning van registratierechten bij een gemeentelijke visafslag. De kern van de brief is de constatering dat er achterstallige betalingen zijn over de zomermaanden van 1940. Er wordt melding gemaakt van een bedrag van ƒ 310,43 dat verschuldigd is aan de Inspecteur der Successie en Registratie (de toenmalige belastingautoriteit). Een groot deel hiervan (ƒ 296,40) moet nog worden nagevorderd bij de handelaren die vóór de officiële ingangsdatum van de nieuwe heffingsmethode (27 augustus 1940) vis verkochten.
De brief getuigt van een strikte bureaucratische afhandeling en het opzetten van een nieuwe procedure waarbij maandelijks (vóór de 15e) een verklaring moet worden overlegd. De spelling (zoals "by", "blykt", "vyftienden") is kenmerkend voor de ambtelijke taal van die periode, waarbij de 'ij' vaak als 'y' werd getypt op schrijfmachines. De brief is gedateerd op 2 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting ging de reguliere civiele administratie en belastingheffing in eerste instantie op de oude voet door. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie in oorlogstijd vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Vis was een belangrijk onderdeel van de voedselvoorziening.
De verwijzing naar "Successie en Registratie" duidt op de rijksbelastingdienst. Het feit dat dergelijke details over relatief kleine bedragen (in vergelijking met de grote oorlogsuitgaven) zo nauwgezet werden vastgelegd, illustreert de continuïteit van de Nederlandse bureaucratie onder de bezettingsomstandigheden. De naam "M. Müller" bovenin zou kunnen verwijzen naar een referendaris of een toezichthouder binnen het apparaat van de wethouder of de Duitse bezettingsmacht (hoewel de naam ook gewoon Nederlands kan zijn).