Ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief). 2 oktober 1940 (afgeleid uit de archiefaantekening "2/10/40"). Onbekend (vermoedelijk de directeur of beheerder van de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam). De Heer Inspecteur der Successie en Registratie, Spuistraat 210, Amsterdam ("Stad"). [Linksboven in potlood/pen:] 46 A/22/6
[Bovenaan gecentreerd:] 2/10/40 BK
den Heer Inspecteur der
Successie en Registratie,
Spuistraat 210,
Stad
Overeenkomstig het voorschrift van art 4 van het K.B.
van 4 Mei 1917 Stbl 304,
heb ik de eer U ~~deze~~ opgave te
doen toekomen van de totale opbrengst
van de verkoopingen van aangevoerde
handelsvisch op den afslag ^aan^ de Vischmarkt
te Amsterdam in de maanden Juni,
Juli en Augustus 1940.
In afwijking van het
~~voorschrift~~ voorschrift werd door U toegestaan, dat wegens
de vele werkzaamheden, die aan de samen-
stelling van den opgave ~~stonden~~
waren verbonden, over de maanden Juni,
Juli en Augustus j.l. geen opgave van
dag en opbrengst van elke verkooping in
die maanden werd gedaan, doch dat
met een opgave van de totale opbrengst
per maand wordt volstaan.
Het wegens registratierechten
verschuldigde bedrag over bovengenoemde
maanden tot een totaal van f 310.43.
zal een dezer dagen per postrekening no 4892
aan den Ontvanger der Successie en Registratie
Directe Belastingen De brief is een formele rapportage betreffende de verschuldigde belastingen (registratierechten) over de verhandelde vis op de Amsterdamse visafslag gedurende de zomermaanden van 1940. De schrijver beroept zich op een Koninklijk Besluit uit 1917 dat dergelijke opgaven verplicht stelt.
Opvallend is de vermelde administratieve versoepeling: vanwege de hoge werkdruk is er door de inspecteur toestemming verleend om af te wijken van de standaardprocedure (waarbij elke individuele transactie per dag verantwoord moet worden). In plaats daarvan wordt in dit geval volstaan met een geaggregeerd maadtotaal. Het totale verschuldigde bedrag van 310,43 gulden wordt via de postrekening overgemaakt. Dit document is geschreven enkele maanden na de aanvang van de Duitse bezetting van Nederland. Het illustreert dat het Nederlandse overheidsapparaat en de belastinginning in de beginfase van de oorlog grotendeels volgens de vooroorlogse wetgeving en bureaucratische paden bleven functioneren. De 'Vischmarkt' (gelegen aan de De Ruyterkade) was in deze periode een vitaal punt voor de voedselvoorziening van de stad Amsterdam. De correspondentie toont een pragmatische omgang met regelgeving in tijden van verhoogde werkdruk, wat mogelijk te wijten was aan de onrustige omstandigheden of personeelstekorten kort na de invasie.
Samenvatting
De brief is een formele rapportage betreffende de verschuldigde belastingen (registratierechten) over de verhandelde vis op de Amsterdamse visafslag gedurende de zomermaanden van 1940. De schrijver beroept zich op een Koninklijk Besluit uit 1917 dat dergelijke opgaven verplicht stelt.
Opvallend is de vermelde administratieve versoepeling: vanwege de hoge werkdruk is er door de inspecteur toestemming verleend om af te wijken van de standaardprocedure (waarbij elke individuele transactie per dag verantwoord moet worden). In plaats daarvan wordt in dit geval volstaan met een geaggregeerd maadtotaal. Het totale verschuldigde bedrag van 310,43 gulden wordt via de postrekening overgemaakt.
Historische Context
Dit document is geschreven enkele maanden na de aanvang van de Duitse bezetting van Nederland. Het illustreert dat het Nederlandse overheidsapparaat en de belastinginning in de beginfase van de oorlog grotendeels volgens de vooroorlogse wetgeving en bureaucratische paden bleven functioneren. De 'Vischmarkt' (gelegen aan de De Ruyterkade) was in deze periode een vitaal punt voor de voedselvoorziening van de stad Amsterdam. De correspondentie toont een pragmatische omgang met regelgeving in tijden van verhoogde werkdruk, wat mogelijk te wijten was aan de onrustige omstandigheden of personeelstekorten kort na de invasie.