Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 31
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

25 juni 1940. Van: De Directeur van den Keuringsdienst van Waren (Amsterdam).

Origineel

25 juni 1940. De Directeur van den Keuringsdienst van Waren (Amsterdam). KEURINGSDIENST VAN WAREN
KEIZERSGRACHT 732-734 (C.)
TELEFOON 37385

AMSTERDAM, 25 Juni 1940

No. 18/4-11 K.W.

Den Heer Directeur van
het Marktwezen
Jan v. Galenstr.
Amsterdam W

Str./AR

Geachte Collega,

Hedenmiddag telefoneerde ik met Mr. Van Praag over het volgende geval.

Een party koelhuisbokking, aangevoerd door Schilden, Volendam is op de veiling des morgens in bevroren toestand vluchtig beoordeeld door myn vischkeurmeester, en doorgelaten. Des middags is dezelfde party door myn anderen vischkeurmeester afgekeurd. De kooper, J.C. Pedro, Lindengracht 168 III, heeft daardoor een schade van f. 19.-, dat is vrywel zyn heele handelsgeld.

Met eenig recht vraagt Pedro my, zyn schade te vergoeden; ik kan daaraan echter niet beginnen, omdat het geval: 's morgens nog goed, 's middags bedorven, zich herhaaldelyk voordoet, zonder dat den Keurmeester eenige fout kan worden aangewezen.

In het onderhavige geval heeft nu de leverancier aan den kooper en den keurmeester toegezegd, de schade op den duur te zullen vergoeden. De kooper, die zyn handelsgeld mist, is daarmee echter thans niet geholpen. Myn verzoek is, of U door den heer Stam aan Pedro de f. 19.- voorloopig wilt laten uitbetalen en het bedrag later van Schilden afhouden, als hy aan de veiling visch laat verkoopen. De Keuringsdienst blyft U voor deze latere afbetaling borg.

De Directeur van den Keuringsdienst van Waren,

[handtekening: Kraul] Dit document belicht een specifiek logistiek en keuringstechnisch probleem in de Amsterdamse vishandel van 1940. De kern van het geschil is "koelhuisbokking" (gerookte haring uit de koelcel). Omdat de vis 's ochtends nog bevroren was, kon de keurmeester de kwaliteit niet volledig vaststellen. Zodra de vis ontdooide, bleek deze bedorven.

Juridisch en procedureel is de brief interessant omdat de Directeur van de Keuringsdienst erkent dat zijn keurmeesters geen formele fout hebben gemaakt (gezien de bevroren staat), maar hij voelt wel een morele en praktische verantwoordelijkheid voor de kleine handelaar. De gedupeerde, J.C. Pedro, woonachtig aan de Lindengracht in de Jordaan, dreigt door het verlies van 19 gulden (toen een aanzienlijk bedrag voor een kleine zelfstandige) zijn bedrijfskapitaal kwijt te raken. Er wordt een pragmatische, administratieve oplossing voorgesteld waarbij de overheid het bedrag voorschiet en verrekent met toekomstige veilingopbrengsten van de leverancier uit Volendam. * Tijdsgeest: De brief is gedateerd 25 juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de bezetting is begonnen, draait het reguliere ambtelijke apparaat en de voedselvoorziening in Amsterdam nog op de oude voet door.
* Locatie: De Jan van Galenstraat verwijst naar de Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), waar de visafslag en de administratie van het Marktwezen gevestigd waren.
* Technologie: De opkomst van koelhuizen maakte het mogelijk vis langer te bewaren, maar zorgde ook voor nieuwe uitdagingen bij de kwaliteitscontrole. Bevroren producten kunnen rot verhullen, wat in dit document expliciet als een "herhaaldelyk" voorkomend probleem wordt benoemd.
* Sociale aspecten: De brief toont de korte lijnen tussen directeuren van verschillende stadsdiensten en hun betrokkenheid bij de "kleine man" (de straatkoopman) in wijken als de Jordaan.

Samenvatting

Dit document belicht een specifiek logistiek en keuringstechnisch probleem in de Amsterdamse vishandel van 1940. De kern van het geschil is "koelhuisbokking" (gerookte haring uit de koelcel). Omdat de vis 's ochtends nog bevroren was, kon de keurmeester de kwaliteit niet volledig vaststellen. Zodra de vis ontdooide, bleek deze bedorven.

Juridisch en procedureel is de brief interessant omdat de Directeur van de Keuringsdienst erkent dat zijn keurmeesters geen formele fout hebben gemaakt (gezien de bevroren staat), maar hij voelt wel een morele en praktische verantwoordelijkheid voor de kleine handelaar. De gedupeerde, J.C. Pedro, woonachtig aan de Lindengracht in de Jordaan, dreigt door het verlies van 19 gulden (toen een aanzienlijk bedrag voor een kleine zelfstandige) zijn bedrijfskapitaal kwijt te raken. Er wordt een pragmatische, administratieve oplossing voorgesteld waarbij de overheid het bedrag voorschiet en verrekent met toekomstige veilingopbrengsten van de leverancier uit Volendam.

Historische Context

  • Tijdsgeest: De brief is gedateerd 25 juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de bezetting is begonnen, draait het reguliere ambtelijke apparaat en de voedselvoorziening in Amsterdam nog op de oude voet door.
  • Locatie: De Jan van Galenstraat verwijst naar de Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), waar de visafslag en de administratie van het Marktwezen gevestigd waren.
  • Technologie: De opkomst van koelhuizen maakte het mogelijk vis langer te bewaren, maar zorgde ook voor nieuwe uitdagingen bij de kwaliteitscontrole. Bevroren producten kunnen rot verhullen, wat in dit document expliciet als een "herhaaldelyk" voorkomend probleem wordt benoemd.
  • Sociale aspecten: De brief toont de korte lijnen tussen directeuren van verschillende stadsdiensten en hun betrokkenheid bij de "kleine man" (de straatkoopman) in wijken als de Jordaan.

Locaties

De Jan van Galenstraat verwijst naar de Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) waar de visafslag en de administratie van het Marktwezen gevestigd waren.

Kooplieden in dit dossier 45

Gerelateerde Documenten 2