Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 76
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen.

6 september 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vismarkt). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Groningen).

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen. 6 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vismarkt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Groningen). [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
v.d. Maar

VP/HG.

46A/35/1 M. [Handgeschreven:] Verzonden 6/9

6 September 1940.

Heffing op aanvoer van
mosselen ter Vischmarkt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Krachtens artikel 21 ten eerste onder b van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden wordt voor den aanvoer van mosselen per vaartuig per ton van 1000 kg. laadvermogen van dat vaartuig op de Vischmarkt een tarief geheven van 10 cent. De Verordening kent evenwel geen tarief voor den aanvoer van mosselen per auto, blijkbaar omdat dergelijke aanvoer tot nu toe nimmer is voorgekomen. Onder ten tweede in het bovengenoemde artikel worden voor den aanvoer op andere wijze dan per vaartuig voor verschillende vischsoorten tarieven genoemd, doch mosselen komen hierbij niet voor, aangezien zij niet vallen onder de sub k genoemde "andere Noordzeevisch".

Als gevolg van de propaganda, welke thans wordt gemaakt voor het mosselenverbruik, zullen de aanstaande week zeer waarschijnlijk ook auto's met mosselen aan de Vischmarkt komen. Het lijkt mij wenschelijk, mede opdat gelijke concurrentieverhoudingen blijven bestaan, de bedoelde auto's op dezelfde wijze te belasten als de vaartuigen, die mosselen aanvoeren: dus met 10 cent per ton laadvermogen van de auto.

Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat ik bij Besluit van Burgemeester en Wethouders, in afwachting van een desbetreffende aanvulling der Verordening, word gemachtigd om voor den aanvoer van mosselen per auto aan de Vischmarkt een heffing toe te passen van 10 cents per ton van 1000 kg. laadvermogen van de auto. Bij den handel bestaat tegen betaling van een heffing volgens dit tarief geen enkel bezwaar.

De Directeur, Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin een juridische en economische kwestie wordt aangekaart betreffende de marktgelden. De kern van het probleem is een maas in de bestaande 'Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden'. De huidige regelgeving voorziet enkel in een heffing voor de aanvoer van mosselen per schip (10 cent per ton). Door een toename in het mosselverbruik (gestimuleerd door "propaganda") wordt nu ook aanvoer per vrachtwagen verwacht.

De directeur pleit voor een snelle ad-hoc regeling (een besluit van B&W) om ook wegtransport te kunnen belasten. De argumentatie is tweeledig:
1. Gelijke concurrentie: Het voorkomen van een oneerlijk voordeel voor wegtransport ten opzichte van de traditionele scheepvaart.
2. Draagvlak: De directeur meldt dat de handelaren zelf geen bezwaar hebben tegen deze heffing, wat duidt op een behoefte aan duidelijkheid en uniformiteit in de markt. De datum (6 september 1940) is saillant; Nederland bevindt zich in de vroege fase van de Duitse bezetting. In deze periode begon de voedselvoorziening een kritiek punt te worden. De genoemde "propaganda voor het mosselenverbruik" past in het beeld van de vroege oorlogsjaren, waarin de bevolking door de overheid werd aangemoedigd om meer inlandse producten te eten die (nog) niet op de bon waren of ruim beschikbaar waren, ter vervanging van schaarsere producten.

De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". Dit was een specifieke portefeuille die tijdens de oorlogsjaren van groot belang was voor de distributie en de lokale marktordening. De locatie "Vischmarkt" en de archiefstijl wijzen zeer sterk naar de gemeente Groningen. Het document illustreert hoe de lokale bureaucreatie probeerde de regelgeving aan te passen aan de snelle logistieke veranderingen in een tijd van schaarste en economische heroriëntatie.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin een juridische en economische kwestie wordt aangekaart betreffende de marktgelden. De kern van het probleem is een maas in de bestaande 'Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden'. De huidige regelgeving voorziet enkel in een heffing voor de aanvoer van mosselen per schip (10 cent per ton). Door een toename in het mosselverbruik (gestimuleerd door "propaganda") wordt nu ook aanvoer per vrachtwagen verwacht.

De directeur pleit voor een snelle ad-hoc regeling (een besluit van B&W) om ook wegtransport te kunnen belasten. De argumentatie is tweeledig:
1. Gelijke concurrentie: Het voorkomen van een oneerlijk voordeel voor wegtransport ten opzichte van de traditionele scheepvaart.
2. Draagvlak: De directeur meldt dat de handelaren zelf geen bezwaar hebben tegen deze heffing, wat duidt op een behoefte aan duidelijkheid en uniformiteit in de markt.

Historische Context

De datum (6 september 1940) is saillant; Nederland bevindt zich in de vroege fase van de Duitse bezetting. In deze periode begon de voedselvoorziening een kritiek punt te worden. De genoemde "propaganda voor het mosselenverbruik" past in het beeld van de vroege oorlogsjaren, waarin de bevolking door de overheid werd aangemoedigd om meer inlandse producten te eten die (nog) niet op de bon waren of ruim beschikbaar waren, ter vervanging van schaarsere producten.

De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". Dit was een specifieke portefeuille die tijdens de oorlogsjaren van groot belang was voor de distributie en de lokale marktordening. De locatie "Vischmarkt" en de archiefstijl wijzen zeer sterk naar de gemeente Groningen. Het document illustreert hoe de lokale bureaucreatie probeerde de regelgeving aan te passen aan de snelle logistieke veranderingen in een tijd van schaarste en economische heroriëntatie.

Kooplieden in dit dossier 45

Gerelateerde Documenten 2