Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 103
Dossier 67
Jaar 1940
Stadsarchief

Zakelijke brief / Rapportage

17 oktober 1940 Van: J.W. Stam (gezien de signatuur) Aan: Weledelheer S.H. de Haer

Origineel

Zakelijke brief / Rapportage 17 oktober 1940 J.W. Stam (gezien de signatuur) Weledelheer S.H. de Haer Amsterdam 17 October 1940

Weledelheer
S.H. de Haer!

Ik heb met de gerookte visch-aan-
voerders gesproken en gezegd, dat er klachten
zijn gekomen, dat hun kistjes gestoomde
makreel, welke zij verkoopen, niet het
gewicht inhoud, waarvoor ze verkocht
worden en ook, dat de kistjes gerookte
visch, vaak opgepronkt worden.
Zij vertelden mij, dat niet te
kunnen begrijpen en dat zij goed op
het gewicht letten, maar als zij des
avonds de versch gerookte makreel
10 pond in een kistje wegen, kan het
best zijn, dat er den volgenden morgen
9 ½ pond is, daar het iets indroogt.
Het beste zou zijn, dat u de visch-
rookers in Monnikendam en IJmuiden,
welke hier op de markt komen, een
schrijven doet toekomen, dat op het
indrogen van de gestoomde makreel,
rekening moet gehouden worden, dat zij
minstens ½ pond overgewicht in de
kistjes moeten doen; en vooral dat
de gerookte visch niet opgepronkt
mag worden.
De namen der rookers zijn -
M. de Groot Vischrooker te Monnikendam
P. Klein id id
Kl de Groot id id
fa Wolling id id
C. Oosterbaan id id
N. Steur id id
Gebr Plug Alex Bellstr. 29 IJmuiden
D. Goedhart Vischrooker id

Hoogachtend
[Signatuur: J.W. Stam] De brief behandelt een specifiek logistiek en kwalitatief probleem in de vismarkt van Amsterdam tijdens de vroege bezettingsjaren. Er zijn twee hoofdprioriteiten:
1. Gewichtsverlies door indroging: De visrokers claimen dat het tekort aan gewicht (van 10 naar 9,5 pond) een natuurlijk gevolg is van het indrogen van vers gerookte makreel gedurende de nacht. De schrijver adviseert om de rokers te verplichten standaard een half pond extra toe te voegen ('overgewicht') om dit te compenseren.
2. 'Opgepronkte' waar: De term "opgepronkt" wijst op een vorm van misleiding waarbij de bovenste laag vis in een kistje er beter of groter uitziet dan de rest, of waarbij de kistjes optisch voller worden gemaakt dan de inhoud rechtvaardigt.

Het document bevat een waardevolle lijst van specifieke visrokerijen in Monnickendam en IJmuiden die in 1940 actief waren op de Amsterdamse markt. De datum, 17 oktober 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een alledaags economisch probleem lijkt te behandelen (voedselcontrole en markttoezicht), vond dit plaats in een periode waarin distributie en gewichtscontrole steeds belangrijker werden door de beginnende schaarste.

Monnickendam stond (en staat) bekend om zijn paling- en makreelrokerijen. De genoemde namen zoals De Groot, Steur en Oosterbaan zijn bekende familienamen in de lokale vishandel van die regio. De brief is gericht aan S.H. de Haer, die waarschijnlijk een functie bekleedde binnen het marktwezen of een controlerende instantie (zoals de Keuringsdienst van Waren of een visserij-organisatie).

Samenvatting

De brief behandelt een specifiek logistiek en kwalitatief probleem in de vismarkt van Amsterdam tijdens de vroege bezettingsjaren. Er zijn twee hoofdprioriteiten:
1. Gewichtsverlies door indroging: De visrokers claimen dat het tekort aan gewicht (van 10 naar 9,5 pond) een natuurlijk gevolg is van het indrogen van vers gerookte makreel gedurende de nacht. De schrijver adviseert om de rokers te verplichten standaard een half pond extra toe te voegen ('overgewicht') om dit te compenseren.
2. 'Opgepronkte' waar: De term "opgepronkt" wijst op een vorm van misleiding waarbij de bovenste laag vis in een kistje er beter of groter uitziet dan de rest, of waarbij de kistjes optisch voller worden gemaakt dan de inhoud rechtvaardigt.

Het document bevat een waardevolle lijst van specifieke visrokerijen in Monnickendam en IJmuiden die in 1940 actief waren op de Amsterdamse markt.

Historische Context

De datum, 17 oktober 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een alledaags economisch probleem lijkt te behandelen (voedselcontrole en markttoezicht), vond dit plaats in een periode waarin distributie en gewichtscontrole steeds belangrijker werden door de beginnende schaarste.

Monnickendam stond (en staat) bekend om zijn paling- en makreelrokerijen. De genoemde namen zoals De Groot, Steur en Oosterbaan zijn bekende familienamen in de lokale vishandel van die regio. De brief is gericht aan S.H. de Haer, die waarschijnlijk een functie bekleedde binnen het marktwezen of een controlerende instantie (zoals de Keuringsdienst van Waren of een visserij-organisatie).

Locaties

Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 45

Gerelateerde Documenten 2