Dienstbrief / Officiële correspondentie
Origineel
Dienstbrief / Officiële correspondentie 7 november 1940 Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen (Afdeling Omzetbelasting) te Amsterdam, gevestigd in het Oost Indisch Huis. Dienst van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.W. INSPECTIE DER
INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN
(AFD. OMZETBELASTING)
TE AMSTERDAM
OOST INDISCH HUIS
Telefoon 35050
AMSTERDAM, den 7 November 1940.
№ 46 A/50 / M. 1940 6/11 [gestempeld]
No. 1/3810
Dienst van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
ONDERWERP:
Heffing omzetbelasting.
A m s t e r d a m.W.
Bij Resolutie van het Departement van Financiën dd. 1 November 1940, no. 3 is medegedeeld, dat wordt goedgekeurd, dat heffing van omzetbelasting achterwege blijft van puf of nest, zijnde kleine "ondermaatsche" visch, welke krachtens de bestaande wettelijke bepalingen niet voor consumptie-doeleinden mag worden verkocht en op de vischafslagen wordt opgekocht door vanwege de Visscherijcentrale aangewezen handelaren met bestemming tot aflevering aan vischmeelfabrikanten of aan eendenhouders.
Eveneens kan heffing van omzetbelasting achterwege blijven van pootvisch, pootaal, vischbroed en vischeieren.
typ. aw
coll. [handgeschreven paraaf]
De Inspecteur der inv. en acc.,
[handtekening] Deze brief is een administratieve mededeling over een vrijstelling van omzetbelasting (de voorloper van de BTW). De kern van de boodschap is dat er geen belasting hoeft te worden geheven over zogenaamde "puf" of "nest". Dit betreft ondermaatse vis die wettelijk niet geschikt is voor menselijke consumptie.
In plaats daarvan wordt deze vis via de Visscherijcentrale verkocht aan specifieke sectoren: de vismeelindustrie en eendenhouders (als veevoer). Ook andere visserijproducten die dienen voor de instandhouding van de visstand (zoals pootvis, pootaal, visbroed en visieieren) worden vrijgesteld van deze heffing. De brief is getypt op briefpapier van de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen, destijds gehuisvest in het historische Oost-Indisch Huis in Amsterdam. Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse overheidsadministratie bleef onder toezicht van de bezetter grotendeels functioneren.
De "Visscherijcentrale" was een crisis-organisatie die de visserijsector reguleerde. In oorlogstijd was een efficiënte voedselvoorziening en het gebruik van restproducten (zoals ondermaatse vis voor veevoer) van groot strategisch belang. De belastingvrijstelling was waarschijnlijk bedoeld om de doorstroming van deze laagwaardige maar nuttige producten te bevorderen zonder administratieve of financiële drempels. De locatie van de ontvanger, de Jan van Galenstraat 14, verwijst naar het terrein van de Centrale Markthallen in Amsterdam, het logistieke hart van de voedseldistributie in de stad.