Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 172
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven zakelijke brief of concept-antwoord.

21 november 1940.

Origineel

Handgeschreven zakelijke brief of concept-antwoord. 21 november 1940. Amsterdam, 21-11-1940
Den Heer
C. Moyer
Volendam,
Haven 15b.

In antwoord op uw brief d.d. 19-11-'40
bericht ik U, dat eventueele terug^betaling^ van
omzetbelasting niet vanwege mijn dienst
geschiedt, doch vanwege de inspectie van de invoer-
rechten en accijnzen ~~te Amsterdam in dit~~
~~geval te Zaandam, belast met het~~
~~restitueeren van omzetbelasting.~~ Uwerzijds
dienen ~~de~~ de in- en verkoop bewijzen, * Handschrift: Het betreft een vlot en functioneel cursief handschrift, gebruikelijk voor administratieve correspondentie uit die periode.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("bericht ik U", "eventueele", "uwerzijds"). De spelling "eventueele" is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel.
* Correcties: De tekst bevat opvallende doorhalingen. De schrijver was aanvankelijk van plan een specifieke vestiging (Amsterdam of Zaandam) te noemen voor de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen, maar heeft dit geschrapt, waarschijnlijk om onjuistheden te voorkomen of de verantwoordelijkheid algemener te houden. Ook is het woord "betaling" boven de regel toegevoegd om de term "terugbetaling" te completeren. Het document dateert uit november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleven civiele en fiscale procedures zoals de inning en teruggave van omzetbelasting grotendeels volgens de bestaande Nederlandse wetgeving doorlopen.

De geadresseerde, C. Moyer uit Volendam (Haven 15b), was vermoedelijk een lokale ondernemer of visser. De afzender (mogelijk een belastingambtenaar in Amsterdam) verwijst hem door naar de juiste instantie: de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen. Het document benadrukt de bureaucratische vereiste dat er "in- en verkoopbewijzen" overlegd moeten worden om aanspraak te kunnen maken op een fiscale teruggave.

Samenvatting

  • Handschrift: Het betreft een vlot en functioneel cursief handschrift, gebruikelijk voor administratieve correspondentie uit die periode.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("bericht ik U", "eventueele", "uwerzijds"). De spelling "eventueele" is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel.
  • Correcties: De tekst bevat opvallende doorhalingen. De schrijver was aanvankelijk van plan een specifieke vestiging (Amsterdam of Zaandam) te noemen voor de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen, maar heeft dit geschrapt, waarschijnlijk om onjuistheden te voorkomen of de verantwoordelijkheid algemener te houden. Ook is het woord "betaling" boven de regel toegevoegd om de term "terugbetaling" te completeren.

Historische Context

Het document dateert uit november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleven civiele en fiscale procedures zoals de inning en teruggave van omzetbelasting grotendeels volgens de bestaande Nederlandse wetgeving doorlopen.

De geadresseerde, C. Moyer uit Volendam (Haven 15b), was vermoedelijk een lokale ondernemer of visser. De afzender (mogelijk een belastingambtenaar in Amsterdam) verwijst hem door naar de juiste instantie: de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen. Het document benadrukt de bureaucratische vereiste dat er "in- en verkoopbewijzen" overlegd moeten worden om aanspraak te kunnen maken op een fiscale teruggave.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 45

Gerelateerde Documenten 2