Archiefdocument
Origineel
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080*
INTERCOMMUNAAL XX 1
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
GIROREKENING 245271
AFD. II
BETREFFENDE inhouding
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN No.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: No. 2443
BIJLAGEN 1 STUKS, T.W.: formulier.
den Heer Directeur van den
Gemeentelijken Vischafslag
te
AMSTERDAM.-
'S-GRAVENHAGE, 1 Mei 1940.
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4
[Paars stempel met handgeschreven toevoeging:] Nº 46 B/16/ M. 1940 3/5
[Handgeschreven annotatie links:] zie bijlat. A
[Handgeschreven annotatie rechtsboven:] N. v. d. Visscherij [onleesbaar]
Ingesloten doe ik U toekomen een verzoek van de Wed. J. Snoek-Koffeman, Wijk 5 № 26 te Urk, eigenares van het vaartuig UK.141, "Jacob", om van elke bruto-besomming, te maken in het tijdvak van 23 April - 23 Mei 1940, een bedrag, gelijk aan 12½% in te houden ter overmaking aan de Nederlandsche Visscherijcentrale.
Ik moge U verzoeken hieraan wel te willen voldoen.
Voor de te nemen moeite zeg ik U bij voorbaat gaarne dank.
DE DIRECTEUR,
[Signatuur: J.J. Harder(?)]
[Onderaan links:] 17768a - '39 / Ko/NP
[Onderaan rechts, handgeschreven:] 466 Het document is een zakelijke brief waarin de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) de directeur van de Amsterdamse visafslag instrueert om een percentage van de verdiensten van een specifiek vissersschip in te houden. Het gaat om 12,5% van de "bruto-besomming" (de totale opbrengst van de visverkoop) van de UK.141 "Jacob".
Opvallende details:
* Eigenaarschap: Het schip is eigendom van de "Wed. J. Snoek-Koffeman". Het was in Urker vissersfamilies gebruikelijk dat weduwen de zakelijke belangen van het bedrijf voortzetten.
* Administratie: De brief bevat diverse registratienummers (2443, 46 B/16) en een verwijzing naar een bijlage ("formulier"), wat duidt op een strakke bureaucratische procedure voor financiële verrekeningen.
* Tijdvak: De inhouding heeft betrekking op een specifieke maand (23 april tot 23 mei 1940). De datum van de brief, 1 mei 1940, is historisch zeer relevant. Dit is slechts negen dagen voor de Duitse inval in Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale was in die tijd een cruciaal orgaan; het was opgericht om tijdens de mobilisatieperiode de visserijsector te reguleren, de voedselvoorziening te waarborgen en financiële stromen (zoals leningen voor motoren of steunfondsen) te beheren.
Dergelijke inhoudingen werden vaak gedaan om leningen af te lossen die door de centrale waren verstrekt aan vissers voor de modernisering van hun vloot (zoals de overgang van zeil naar motor). Urk (UK) had een grote vloot die vaak uitweek naar afslagen in Amsterdam of IJmuiden vanwege de diepgang van de nieuwe schepen of de nabijheid van de afzetmarkt. De UK.141 "Jacob" was een actieve Urker kotter in die periode. De genoemde 12,5% was een standaardpercentage voor dergelijke aflossingsregelingen. J. Snoek J.J. Harder N. v. d. Visscherij