Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 260
Dossier 21
Jaar 1940
Stadsarchief

Zakelijke brief / administratieve correspondentie.

31 mei 1940. Van: Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van een regionaal visserijbureau of belastinginstantie). Aan: Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag.

Origineel

Zakelijke brief / administratieve correspondentie. 31 mei 1940. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van een regionaal visserijbureau of belastinginstantie). Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. [Rechtsboven, handgeschreven:]
lex. M. de Raat
lex. Fr. Müller
lex. Mischmarkt.

[Links, getypt:]
VP/DV.

46B/16/2 M.

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 31/5-'40.

[Rechts, getypt:]
31 Mei 1940.

den Heer Directeur van de
Nederlandsche Visscherijcentrale,
Juliana van Stolbergplein 3-4,
D E N H A A G.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 Mei jl. (Uw
afd.II no.2443) heb ik de eer U te berichten, dat op de bruto-
besomming van de Wed.J.Snoek-Koffeman, eigenares van het vaar-
tuig U.K.141 "Jacob", een bedrag van f 30,72 werd ingehouden,
zijnde 12½% van de bruto-besomming in het tijdvak van 23 April
tot 23 Mei 1940. Vorenvermeld bedrag zal dezer dagen op Uw post-
rekening no.245271 worden overgeschreven.

De Directeur, Deze brief dient als bewijs van een financiële transactie binnen de visserijsector. Er is een bedrag van 30,72 gulden ingehouden op de verdiensten ("bruto-besomming") van de weduwe J. Snoek-Koffeman, eigenaresse van de Urker kotter U.K. 141, genaamd "Jacob". Deze inhouding bedraagt 12,5% over de opbrengst van de periode eind april tot eind mei 1940. Het bedrag wordt overgemaakt naar de postrekening van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC). Dergelijke heffingen werden vaak gebruikt voor centrale fondsen, crisisorganisaties of sociale verzekeringen voor vissers. Het document is gedateerd op 31 mei 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Ondanks de recente Duitse inval en het begin van de bezetting, ging de administratieve rompslomp en de regulering van de visserijsector gewoon door. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een in 1934 opgericht overheidsorgaan dat de visserij reguleerde tijdens de economische crisis. Het feit dat de inhouding betrekking heeft op de periode van 23 april tot 23 mei 1940, laat zien dat de administratie de overgang van een vrij land naar bezet gebied naadloos overbrugde. De visserij vanuit Urk (U.K.) bleef een cruciale rol spelen in de voedselvoorziening tijdens de vroege oorlogsjaren.

Samenvatting

Deze brief dient als bewijs van een financiële transactie binnen de visserijsector. Er is een bedrag van 30,72 gulden ingehouden op de verdiensten ("bruto-besomming") van de weduwe J. Snoek-Koffeman, eigenaresse van de Urker kotter U.K. 141, genaamd "Jacob". Deze inhouding bedraagt 12,5% over de opbrengst van de periode eind april tot eind mei 1940. Het bedrag wordt overgemaakt naar de postrekening van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC). Dergelijke heffingen werden vaak gebruikt voor centrale fondsen, crisisorganisaties of sociale verzekeringen voor vissers.

Historische Context

Het document is gedateerd op 31 mei 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Ondanks de recente Duitse inval en het begin van de bezetting, ging de administratieve rompslomp en de regulering van de visserijsector gewoon door. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een in 1934 opgericht overheidsorgaan dat de visserij reguleerde tijdens de economische crisis. Het feit dat de inhouding betrekking heeft op de periode van 23 april tot 23 mei 1940, laat zien dat de administratie de overgang van een vrij land naar bezet gebied naadloos overbrugde. De visserij vanuit Urk (U.K.) bleef een cruciale rol spelen in de voedselvoorziening tijdens de vroege oorlogsjaren.

Kooplieden in dit dossier 45

Gerelateerde Documenten 2