Archiefdocument
Origineel
15 maart 1940 (geschreven als 15-III-1940) Mr. v. Dijk 15-III-1940.
Contingenteering is opgeheven.
De menschen, die consent hadden,
krijgen v. de Centr. als monopolie-
houdster v. d. invoer toestemming te
importeeren. Naar de basis-jaren
wordt niet meer gekeken. ~~Nu~~ De
Centrale knijpt niet veel op den invoer.
~~Nu~~ De Centrale heeft liever niet,
dat de Gemeente importeert, geen
precedenten scheppen.
Consenten voor andere importeurs dan
A. Nijverheid is in principe niet onmogelijk.
Dir. MW. zal telephoneren. De notitie legt een beleidswijziging vast in de Nederlandse handelsregulering aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Enkele kernpunten uit de tekst:
* Opheffing contingenteering: Het systeem van importquota (contingenten), dat in de jaren '30 was ingevoerd om de binnenlandse markt te beschermen, wordt losgelaten.
* Rol van 'de Centrale': De centrale overheid (waarschijnlijk een van de Rijksbureaus) neemt de regie over de import over als monopoliehoudster. Reeds verleende 'consenten' (vergunningen) worden door hen omgezet in formele toestemming.
* Basisjaren: Er wordt niet langer strikt gekeken naar de historische importvolumes van bedrijven uit eerdere jaren, wat duidt op een behoefte aan flexibiliteit in de goederenvoorziening.
* Gemeentelijke import: Er is een duidelijke instructie om gemeenten buiten de directe import te houden. Dit is een typisch ambtelijke overweging om te voorkomen dat er een 'precedent' wordt geschapen waarbij publieke lichamen de private handel verdringen. In maart 1940 bevond Nederland zich in de periode van de 'Schiere Oorlog'. Hoewel Nederland neutraal was, was de economie al volledig omgeschakeld naar een crisissysteem. De noodzaak om voorraden aan te leggen (voorraadvorming) werd belangrijker dan het beschermen van de markt tegen goedkope import, wat de versoepeling van de contingenteering verklaart. 'De Centrale' in de tekst verwijst naar de crisisorganisaties die onder de distributiewetten vielen en die na de Duitse inval in mei 1940 de basis zouden vormen voor de economische regulering tijdens de bezetting. De genoemde 'A. Nijverheid' verwijst mogelijk naar een specifieke handelsorganisatie of collectief dat op dat moment een voorkeurspositie genoot.